waar naastenliefde is, is God - waar God is, de engelen - Jozef kan zeker wel Jezus ontvangen!


408.5

Maria Valtorta:

'"Ik ben uw gast vanavond. Wilt u mij ontvangen?"

"O, Meester! Vraagt U​u dat? Alleen... Alleen, hier zal ik U niet kunnen eren...

Ik ben hier tussen eenvoudige bedienden... in mijn landhuis...

Ik heb geen verfijnde gerechten, geen meesters aan tafel, geen bekwame bedienden...

Ik heb geen heerlijke gerechten... Ik heb geen goede wijnen... Ik heb geen vrienden...

Het zal een zeer schrale gastvrijheid zijn... Maar U zult medelijden met mij hebben...

Waarom, Heer, hebt U mij niet gewaarschuwd? Ik zou het geregeld hebben...

Maar eergisteren was Hermas hier met zijn mannen... Ik heb hem zelfs gebruikt

om deze mensen te verwittigen, aan wie ik wilde geven, teruggeven, wat van God is...

Maar Hermas heeft me niets verteld! Had ik het maar geweten!...

Sta mij toe, Meester, bevelen te geven, proberen de zaken recht te zetten...

Waarom glimlacht U zo?"


Vraagt ​​Jozef uiteindelijk, overmand door de plotselinge vreugde

én de situatie die hij als... rampzalig beschouwt.

"Ik glimlach om uw nutteloze moeite. 

Maar Jozef, wat zoekt u... dat wat u hebt?..."


"Wat ik heb? Ik heb niets!"



"O, wat bent u nu ineens een en al mens!

Waarom bent u niet meer de geestelijke Jozef, die u daarnet was, toen u sprak als een wijze?

Toen u vol vertrouwen beloofde, uit geloof, en om geloof door te geven?"


"O, hebt U dat gehoord?"

"Ik heb het gehoord en gezien, Jozef!

Die laurierstruik was erg nuttig om te laten zien, dat wat Ik gezaaid heb, niet in u is gestorven.

En daarom zeg Ik u dat u uzelf nutteloze problemen op de hals haalt.


Hebt u dan geen tafelmeesters of bekwame dienaren?

Maar waar naastenliefde wordt bedreven, daar is God!

En waar God is, daar zijn Zijn engelen!


En welke huismeesters wil je dan hebben, die bekwamer zijn dan zij?

Hebt u geen lekker eten of goede wijn? En welk voedsel wilt u Mij geven, 

en welke drank is heerlijker dan de liefde die u voor hen hebt gehad

en die u voor Mij hebt?


Hebt u dan geen vrienden om Mij te eren? En dezen dan?

Welke vrienden zijn dierbaarder dan de armen en de ongelukkigen,

voor de Meester wiens naam Jezus is?

Kom op, Jozef!

Zelfs als Herodes zich zou bekeren,

en zijn zalen voor Mij zou openen om Mij te verwelkomen en te eren, in een gereinigd paleis, 

en als met hem de leiders van alle kasten zouden zijn om Mij te eren, 

dan zou Ik geen uitverkorener hof hebben dan dit hier,

waar Ik ook een woord zou willen spreken

en een geschenk wil geven.

Mag Ik dat?"



"O Meester! Maar wat U ook wilt, dat wil Ik ook! 

Geef Uw instructies!"


"Zeg hun dat ze zich moeten verzamelen,

en laat de dienaren zich ook verzamelen.

Er zal altijd brood voor ons zijn…

Het is beter dat ze nu naar Mijn woord luisteren

dan dat ze her en der rondrennen, bezig met onbeduidende zaken."


De mensen dringen zich samen, 

vol verwachting en verwondering…'


31 mrt.1946

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken