Aurea zal Gallië's eerste discipel worden
434.7
M. Valtorta:
'"Wat een prachtige dingen leer ik toch... Het lijkt wel een droom...
Prachtig! Prachtig! Prachtig! Alles is hier prachtig...
Stuur me niet weg, Heer!"
"Zou je niet liever met Mirta en Noëmi meegaan?"
"Ik zou liever hier zijn... Maar... ook met hen.
Maar niet met de Romeinen, nee, nee, Heer..."
"Bid, meisje!" zegt Jezus,
terwijl hij zijn hand op haar honing-blonde haar legt.
"Heb je leren bidden?"
"O ja! Het is zo mooi om te zeggen: 'Mijn Vader!' en aan de hemel te denken...
Maar... Gods wil maakt me een beetje bang... want ik weet niet of God wil wat ik wil..."
"God wil wat het beste voor je is."
"Ja? Zegt U dat? Dan ben ik niet meer bang.
Ik voel dat ik in Israël zal blijven... om mijn Vader steeds beter te leren kennen...
En... om Gallië's eerste discipel te zijn, o mijn Heer!"
"Jouw geloof zal gehoord worden, want het is goed.
Laten we gaan..."
En ze vertrekken allemaal om zich te wassen in het bassin onder de bron,
terwijl Aurea snel naar Maria rent, en twee vrouwenstemmen weerklinken:
Maria spreekt vlot, de andere onzeker, zoekend naar haar woorden,
en giechelend om een taalfout die Maria zachtjes corrigeert...
"Het meisje leert snel en goed," merkt Thomas op.
"Ja. Ze is goed en ze wil graag."
"En dan! Jouw moeder is een echte lerares!...
Zelfs Satan zou haar niet kunnen weerstaan!"
zegt de Zeloot.
Jezus zucht zonder iets te zeggen...
"Waarom zucht Je zo, Meester? Heb ik niet goed gesproken?"
"Helemaal mee eens.
Maar er zijn mannen die weerbarstiger zijn dan Satan,
die tenminste voor Maria's aanwezigheid vlucht.
Er zijn mannen die dicht bij haar staan
en die, door haar onderwezen, niet ten goede veranderen..."
"Maar wij niet, hè?" zegt Thomas.
"Niet jullie... Laten we gaan..."
Ze gaan het huis binnen en alles is voorbij.'
Reacties
Een reactie posten