'de prachtige Wijngaard bewaakte zichzelf'
433.3
Maria Valtorta:
'"Neef van mij, vertel me 'ns iets wat ik al lang wil weten!
Hoe zie Jij Maria? Als moeder of als onderdaan?
Ze is Jouw Moeder, maar zij is een vrouw, en Jij bent God..."
zegt Thaddeüs.
"Als zus en echtgenote,
als de vreugde en rust van de God, en de troost van de mens.
Alles zie Ik en heb Ik in Maria, als God en als mens.
Zij die het Genoegen was van de Tweede Persoon van de Drie-eenheid in de hemel,
Genoegen van het Woord, net als van de Vader en van de Geest,
is het Genoegen van de geïncarneerde/vleesgeworden God,
en zal het zijn van de verheerlijkte God-Mens."
"Wat een mysterie!
Heeft God Zich dan tweemaal van Zijn Welbehagen beroofd?
In Jou en in Maria, en heeft Hij jullie aan de aarde gegeven..."
overpeinst de Zeloot.
"Wat een Liefde! Dat is wat je moet zeggen.
De Liefde bewoog de Drie-eenheid ertoe Maria en Jezus aan de aarde te geven!"
zegt Jakobus.
"En heeft Hij er niet...
- niet omwille van Jou die God bent, maar omwille van Zijn Roos -
voor teruggedeinsd om haar aan de mensen toe te vertrouwen,
allen onwaardig om haar te beschermen?" vraagt Thomas.
"Thomas, het Hooglied antwoordt jou:
De Vredevolle had een wijngaard,
en vertrouwde die aan de wijnbouwers toe,
die, door de Ontheiliger aangezet tot ontheiliging,
veel geld zouden hebben gegeven om haar te krijgen,
d.w.z. alle verleidingen, om haar te verleiden.
Maar de prachtige Wijngaard van de Heer bewaakte zichzelf,
en wilde haar vruchten aan niemand anders geven dan aan de Heer,
en zich slechts openen voor Dezelfde,
aldus de niet te betalen Schat voortbrengend:
de Verlosser/Redder."'
Reacties
Een reactie posten