God is áltijd goed - ook wanneer Hij kinderen doodt
436.3
Valtorta:
'"Maria, heb je haar nog niets over Zijn geboorte verteld?"
vraagt Jakobus, wijzend naar de Heer, die luistert en zwijgt.
"Nog niet. Ik wil dat ze het verleden goed kent voordat ze het heden leert kennen.
Dat ze dit heden begrijpt, dat zijn bestaansrecht in het verleden heeft.
Als ze het weet, zal ze zien dat de God die haar angst inboezemt, de God van de Sinaï,
alleen maar een God is van strenge liefde, maar altijd van liefde."
"O, Moeder! Vertel het me nu!
Ik zal het verleden minder moeilijk begrijpen als ik het heden ken,
dat, voor zover ik weet, zo mooi is en je ertoe brengt God zonder vrees lief te hebben.
Ik hoef niet bang te zijn, ik hoef niet bang te zijn!"
"Het meisje heeft gelijk.
Onthoud deze waarheid altijd wanneer je evangeliseert.
Zielen hoeven niet bang te zijn om met volledig vertrouwen tot God te gaan.
Dit is wat ik probeer te doen, en des te meer omdat ze, door onwetendheid of zonde,
geneigd zijn God zeer te vrezen. Maar God, ook de God die de Egyptenaren versloeg,
en die jou, o Aurea, angst inboezemt, is altijd goed.
Zie je: toen Hij de kinderen van de wrede Egyptenaren doodde,
toonde Hij barmhartigheid aan die kinderen
die, doordat ze niet opgroeiden, geen zondaars zouden worden zoals hun vaders,
en Hij gaf hun ouders de tijd om zich te bekeren van het kwaad dat ze hadden gedaan.
Daarom was het een daad van strenge Barmhartigheid/Goedheud.
Men moet ware Barmhartigheid/Goedheid kunnen onderscheiden
van dat wat slechts zwakte/slapheid van opvoeding is."'
Reacties
Een reactie posten