Jezus legt, omwille van het werk van de boeren, de storm aan banden
428.6
M. Valtorta:
'Bij de brug ontmoeten ze Judas, die uitroept:
"O mijn Meester! Wat heb ik geleden zonder Jou!
Lof zij God, die mijn volharding heeft beloond van hier op Jou te wachten!
Hoe is het in Caesarea gegaan?"
"Vrede zij met jou, Judas!" antwoordt Jezus kort en voegt eraan toe:
"We zullen in de huizen verderpraten. Kom, want er komt storm aan!"
Inderdaad, er steken windvlagen op,
die stofwolken opwerpen van de verschroeide straten,
en de hemel is bedekt met wolken in alle vormen en kleuren,
en de lucht kleurt geel en paarsachtig…
En de eerste warme, schaarse druppels beginnen te vallen,
en de eerste bliksemflitsen schieten door de haast nachtelijke hemel…
Ze beginnen te rennen, en alleen hun sterke benen,
gedreven door de wens om niet overspoeld te worden door een stortbui,
brengen hen naar het eerste huis wanneer, temidden van het gedreun van de bliksem in de buurt,
een stortvloed van water vermengd met hagel het gebied treft,
te midden van een sterke geur van natte aarde en ozon
die vrijkomt door de onophoudelijke bliksem…
Ze gaan naar binnen,
en gelukkig is het een huis met portieken,
bewoond door boeren die in de Messias geloven.
En vol eerbied nodigen ze de Meester uit om bij Zijn metgezellen te blijven,
"alsof het huis van jullie was! Maar steek Uw hand op om de hagel weg te jagen,
uit medelijden met ons werk!" zeggen ze, terwijl ze zich rond Jezus verdringen.
Jezus steekt Zijn hand op en zegent de vier windrichtingen,
en het water valt enkel uit de hemel om de boomgaarden, de wijngaarden
en de weiden te bevochtigen en de loodzware atmosfeer te zuiveren.
"Wees gezegend, Heer!" zegt het hoofd van het gezin.
"Kom binnen, mijn Heer!"
En terwijl de stortregen aanhoudt,
gaat Jezus een grote ruimte binnen, ongetwijfeld een pakhuis,
en gaat vermoeid zitten, omringd door de Zijnen.'
Reacties
Een reactie posten