Maria onderrichtte Aurea tijdens broodbakken
434.6
Maria Valtorta:
"Wat een prachtige gelijkenis heb Je ons verteld!
Ik wil hem opschrijven voor Margziam!"
zegt de Zeloot.
"En voor mij, die helemaal mooi zal gemaakt worden voor de Heer!"
zegt Aurea langzaam, zoekend naar de juiste woorden,
nadat ze enige tijd blootsvoets bij de drempel van de tuin heeft gestaan.
"O Aurea! Heb je ons dan gehoord?" vraagt Jezus.
"Ik heb naar jullie geluisterd. Het is zo mooi! Heb ik iets verkeerds gedaan?"
"Nee, meisje. Ben je hier al lang?"
"Nee. En dat spijt me, want ik weet niet wat U eerder zei.
Uw moeder stuurde mij om jullie te vertellen dat het bijna tijd is om te eten.
Het brood wordt gebakken. Ik heb het zelf leren bakken... Wat mooi!
En ik heb geleerd om het doek te witten, en over het brood en het doek
vertelde Uw moeder mij nog twee gelijkenissen."
"Ah! Ja? Wat zei ze?"
"Ik ben als meel dat nog in de zeef zit, maar Uw goedheid reinigt mij, Uw genade bewerkt mij, Uw apostolaat vormt mij, Uw liefde kookt mij. En als ik mij door U laat bewerken, zal ik, uit slecht meel vermengd met zoveel zemelen, uiteindelijk meel voor de hosties worden, meel en brood voor het offer, goed voor het altaar.
En op het kleed dat donker, vettig en ruw was, en dat met zoveel gras en zelfkastijding schoon en zacht is geworden, zal nu de zon haar stralen laten schijnen, en het zal wit worden... En ze zei dat de Zon van God mij zo zal behandelen, als ik altijd onder de Zon blijf, en reinigingen en zelfs zelfkastijdingen aanvaard, om waardig te worden voor de Koning der koningen, voor U, mijn Heer."'
Reacties
Een reactie posten