Maria zal bij Valeria bemiddelen voor Aurea - maar zou veel méér willen kunnen doen
433.5
Maria Valtorta:
'"Hoe gaat het met het meisje?"
"Iets beter... Maar ze stond op het punt te sterven...
En toch komen haar woorden, nu ze niet meer in een delirium verkeert, zij het wat terughoudender, overeen met de woorden die ze in haar delirium uitsprak. Het Zou een leugen zijn om te zeggen dat we haar verhaal niet hebben kunnen reconstrueren... Ongelukkige!..."
"Ja. Maar de Voorzienigheid heeft over haar gewaakt!"
"En nu?"
"En nu... Ik weet het niet.
Aurea behoort Mij niet toe als schepsel.
Haar ziel is van Mij, haar lichaam is van Valeria.
Voor nu blijft ze hier, om het te vergeten..."
"Mirta zou haar willen houden."
"Ik weet het...Maar Ik heb niet het recht om te handelen
zonder de toestemming van de Romeinse.
Ik weet niet eens of ze haar met geld hebben gekocht,
of dat ze alleen maar beloftes als wapen hebben gebruikt...
Wanneer de Romeinse naar haar vraagt..."
"Ik zal voor Jou gaan, mijn Zoon! Het is niet goed dat Jij gaat...
Laat het aan Je Moeder over. Wij vrouwen... nederige wezens in Israël...
worden niet zo opgemerkt als we met heidenen praten.
En Jouw Moeder is zo onbekend in de wereld!
Niemand zal de volkse Hebreeuwse opmerken die, gehuld in haar mantel,
door de straten van Tiberias loopt en op de deur van een Romeinse aanklopt..."
"Je zou naar Johanna's huis kunnen gaan... en daar met de dame praten..."
"Dat zal ik doen, mijn Zoon! Moge Je hart wat verlicht worden, o mijn Jezus!...
Je lijdt zo... Ik begrijp het... en ik zou zoveel voor Jou willen doen..."
"En Je doet heel veel, Mama. Dank voor alles wat Je doet..."
"O! Ik ben maar een schamele hulp, mijn Zoon!
Want ik ben niet in staat Jou te doen liefhebben, noch Jou... blijheid te geven,
zolang Jou wordt toegestaan om het te doen met weinig...
Wat ben ik dan? Een armzalige leerlinge..."
"Moeder! Moeder! Zeg dat niet!
Mijn kracht komt van jouw gebeden!
Mijn gedachten komen tot rust door aan Jou te denken,
en vandaag, zie, vindt Mijn hart troost door hier zo te blijven staan,
met Mijn hoofd tegen Jouw gezegende/zalige hart...
Mijn Moeder!..."
Jezus heeft Zijn Moeder tot Zich getrokken,
staande naast Hem, die op de kist tegen de muur zit,
en legt Zijn voorhoofd tegen Maria's borst,
die zachtjes Zijn haar streelt...
Een moment van Liefde.'
Reacties
Een reactie posten