onnozele kindertjes in werkelijkheid behoed voor grootste zonde: doden van Verlosser
436.4
Maria Valtorta:
'"Zelfs toen Ik nog een klein kindje was, werden vele kleintjes in de baarmoeder van hun moeder gedood. En de wereld schreeuwde het uit van afschuw.
Maar wanneer de Tijd er niet langer voor individuen of voor de hele mensheid zal zijn, zullen jullie eens en voor altijd begrijpen, hoe gefortuneerd en gezegend in Israël, in het Israël van Christus' tijd, zij waren, die, doordat ze als baby's werden uitgeroeid, behoed werden voor de grootste zonde: die van medeplichtigheid aan de dood van de Verlosser."
"Jezus!" roept Maria van Alfeüs.
Terwijl ze angstig opstaat en om zich heen kijkt,
alsof ze vreest de godendoders achter de heggen en boomstammen van de tuin vandaan te zien komen.
"Jezus!" herhaalt ze.
Terwijl ze Hem met pijn aankijkt.
"Wat? Ken jij de Schriften dan niet meer,
dat je zo verbaasd bent over wat Ik zeg?" vraagt Jezus haar.
"Maar... Maar... Dat is niet mogelijk...
Je mag dat niet toestaan... Jouw moeder..."
"Zij is een Redder zoals Ik, en zij weet dat.
Kijk naar haar. En volg haar voorbeeld."
Maria is inderdaad sober, statig in haar diepe bleekheid.
En bewegingloos. Haar handen gevouwen in haar schoot alsof ze bidt,
haar hoofd opgeheven, haar blik op niets gericht...'
Reacties
Een reactie posten