Petrus en andere zes ook in Nazareth - misten Jezus !!
435.4
Maria Valtorta:
'"Mogen we binnenkomen?"
Petrus' ietwat hese stem klinkt achter de deur,
die vanuit de grote kamer naar de straat leidt.
"Simon! Doe open!"
"Simon! Hij kon niet wegblijven!" zegt Thomas lachend,
terwijl hij naar de deur rent om open te doen.
"Simon! Dat was te verwachten..."
zegt de Zeloot met een glimlach.
Maar het is niet alleen Petrus' gezicht dat in de deuropening verschijnt.
Het zijn alle apostelen van het meer, op Bartholomeüs en Iskariot na.
En Judas en Jakobus van Alfeüs zijn al bij hen.
"Vrede met jullie! Maar waarom ben je in deze hitte gekomen?"
"Omdat... we niet langer weg konden blijven. Het is al tweeënhalve week geleden, weet je!
Begrijpen jullie? Tweeënhalve week geleden dat we Jou voor het laatst zagen!"
En Petrus lijkt te zeggen: "Twee eeuwen! Een enorme tijd!"
"Maar Ik had jullie gezegd om elke zaterdag op Judas te wachten."
"Ja. Maar hij is twee zaterdagen niet gekomen... en de derde komen wij.
Nathanaël is daar gebleven, en het gaat niet zo goed met hem.
En hij zal hem ontvangen, als Judas komt... Maar hij komt beslist niet...
Benjamin en Daniël, die door Tiberias reisden op weg naar ons,
voor ze naar Groot-Hermon gingen, vertelden ons
dat ze hem in Tiberias hadden gezien en...
Ja. Ik zal het Je straks vertellen..."
zegt Petrus, die abrupt stopt
door een ruk aan zijn gewaad van zijn broer.
"Goed. Je zult het me vertellen...
Maar jullie verlangden zo naar rust, en nu je eindelijk kunt rusten, ren je zo rond!
Wanneer zijn jullie vertrokken?"
"Gisteravond. Bij een meer dat spiegelglad was.
We zijn bij Tarichea van land gegaan om Tiberias te vermijden, zodat...
zodat we Judas niet zouden tegenkomen..."
"Waarom?"
"Omdat we, Meester, in alle rust van Jou wilden genieten."
"Jullie zijn egoïstisch!"
"Nee. Hij heeft zijn plezier al...
O! Ik weet niet wie hem zoveel geld geeft om ervan te genieten...
Ja, ik begrijp het, Andreas. Maar trek niet meer zo hard aan mijn gewaad.
Ik heb alleen dit, weet je. Wil je me soms in vodden wegsturen?"
Andreas bloost.
De anderen lachen.
Jezus glimlacht.
"Goed. We zijn ook naar Tarichea gegaan, omdat, kijk, verwijt mij niets... Misschien is het de hitte, misschien is het dat ik bitter wordt door de verre afstand tot Jou, misschien is het omdat ik eraan denk dat hij zich van Jou heeft afgescheiden om zich aan te sluiten bij... Nou, stop met aan mijn mouw te trekken! Zie je, ik weet hoe ik mezelf op tijd in bedwang moet houden!... Dus, Meester, het moet om meerdere redenen zijn... Ik wilde niet zondigen, en als ik Judas had gezien, had ik dat wel gedaan. Dus zijn we naar Tarichea gegaan. En bij zonsopgang zijn we vertrokken."
"Ben je door Kana gegaan?"
"Nee. We wilden het niet nog langer laten duren... Maar het duurde al bij al toch erg lang. En de vis raakte op... We hebben hem aan een huis geschonken, om ons een paar uur onderdak te bieden, de warmste uren. En we vertrokken halverwege het negende uur... Een oven!..."
"Je had het je kunnen besparen. Ik zou snel gekomen zijn..."
"Wanneer?"
"Nadat de zon uit de Leeuw zou zijn gekomen."
"En denk Jij dat wij het zo lang zonder Jou zouden kunnen uithouden?
Maar we trotseren duizend soortgelijke hittegolven, om Jou te zien.
Onze Meester! Onze geliefde Meester!"
En Petrus omhelst zijn weergevonden schat.
"En te bedenken dat je, als we samen zijn, alleen maar klaagt
over de tijd, de lengte van de reis..."
"Omdat we domkoppen zijn.
Omdat we, als we samen zijn, niet echt begrijpen wat Jij voor ons betekent...
Maar hier zijn we dan. We hebben al slaapplek gevonden.
Sommigen bij Maria van Alfeüs, sommigen bij Simon van Alfeüs,
sommigen bij Ismaël, sommigen bij Aser, en sommigen bij Alfeüs in de buurt.
Nu rusten we, en morgenavond herbeginnen we, gelukkiger."'
Reacties
Een reactie posten