Jezus waarschuwt rijken, en geneest alle armen


-Hippos (ruïnes)-

453.7

Maria Valtorta:

'"Ik vertrek, o mannen, o vrouwen, o rijken, o armen van Hippos.

Ik vertrek om de Wil van God te gehoorzamen.

Maar Ik wil jullie minder aangedaan achterlaten dan toen Ik hier aankwam.

Het is jullie belofte die Mijn getroffen zijn zal verlichten.

Terwille van het goed van jullie, rijken, terwille van het goed van deze stad voor jullie,

wees, beloof, in de toekomst, barmhartig te zijn jegens de geringsten onder jullie.


Alles is hier prachtig!

Maar, zoals een donkere stormwolk zelfs de mooiste stad angst inboezemt,

zo doemt hier, als een schaduw die de schoonheid doet verdwijnen,

je hardheid van harten op. Verwijder die en je zult gezegend zijn.


Denk eraan: God beloofde [Gen.18:32] om Sodom niet te vernietigen

als er tien rechtvaardigen in woonden.


Jullie kennen de toekomst niet. Ik wel.

En voorwaar, Ik zeg je: die is zwangerder van straf dan een zomerse hagelwolk.

Red je stad met jullie rechtvaardigheid, met jullie barmhartigheid.

Zullen jullie dat doen?


"Wij zullen het doen, Heer, in Uw naam.

Spreek tot ons, spreek opnieuw tot ons!

Wij zijn verhard en zondig.

Maar U redt ons!

U bent de Redder!

Spreek tot ons..."


"Ik blijf bij jullie tot de avond.

Maar zal spreken door Mijn werken.

Ga nu, terwijl de zon opkomt, elk van jullie naar huis,

en mediteer over Mijn woorden."


"En waar gaat U heen, Heer? Naar mij! Naar mij!"


Alle rijke mensen van Hippos willen Hem zien,

en ze vechten bijna om elkaars argumenten waarom Jezus

naar de een of de ander zou moeten gaan.


Hij heft zijn hand op en gebiedt stilte.

Die krijgt Hij met moeite.



Hij zegt: "Ik blijf bij hén!"

En Hij wijst naar de armen die,

dicht opeengepakt aan de rand van de menigte,

Hem aankijken met de ogen van mensen die,

altijd bespot, zich plots geliefd voelen.


En Hij herhaalt:

"Ik blijf bij hen om hen te troosten en het brood met hen te delen.

Om hen een voorproefje te geven van de vreugde van het Koninkrijk, 

waar de Koning zal zitten te midden van Zijn onderdanen aan hetzelfde Feestmaal van Liefde.

En nu, omdat hun geloof op hun gezicht en in hun hart te lezen staat, zeg Ik tegen hen:

'Laat alles wat jullie in je hart vragen, voor jullie gebeuren,

en mogen lichaam en ziel zich verheugen

in het eerste heil dat de Heiland je geeft.'"


Het aantal armen moet minstens honderd zijn.

Van hen is minstens twee derde verlamd, of blind, of zichtbaar ziek.

Het andere derde deel bestaat uit kinderen die bedelen

voor hun weduwen-moeders of grootouders...


Welnu, het is wonderbaarlijk om te zien

dat de verlamde armen, de verlamde heupen,

de verstijfde ruggen, de doffe ogen,

de aanhoudende vermoeidheid,

al die pijnlijke symptomen van ziekten en tegenspoed,

opgelopen door werkgerelateerde ongelukken,

of overmatige inspanning en ontberingen,

genezen worden, ophouden te bestaan,

en deze ongelukkigen weer tot leven komen,

en zich in staat voelend om zelfvoorzienend te zijn.


Hun geschreeuw vult en galmt

over het uitgestrekte plein.'


2 juli 1946

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken