kreten bij eerste wonder, 'weetjes' over Maria e.a.
450.4
Maria Valtorta:
'"Maar wat gebeurt daar?
Waarom schreeuwen die vrouwen zo, daar aan de oever?"
"Omdat het dwazen zijn!"
"Nee. Zij schreeuwen! Laten we rennen..."
De weg is een rivier van mensen,
die naar de oever van het meer en de haven stroomt,
waar Jezus en Zijn volgelingen werden tegengehouden door de eerste stormlopers.
"Wonder! Wonder! De zoon van Eliseo, die naar de dokters was gestuurd, zie, hij is genezen!
De Rabbi heeft hem genezen door speeksel in zijn keel te doen!"
De "Ahc-Ach-il-il-lèee"-kreten van de vrouwen worden nog scheller en schriller,
vermengd met de luide hosanna's van de mannen.
Jezus is letterlijk overweldigd, ondanks Zijn gestalte.
De apostelen doen er alles aan om Hem een doorgang te verschaffen.
O ja!
De vrouwelijke discipelen, met Maria in het midden,
worden afgescheiden van de apostolische groep.
Het kind, in de armen van Maria van Alfeüs, huilt angstig.
En zijn gehuil trekt de aandacht van velen naar de groep vrouwelijke discipelen,
en uiteraard is er dan de gebruikelijk goed geïnformeerde persoon die zegt:
"O! Daar is ook de moeder van de Rabbi! En de moeders van de discipelen!..."
"Welke? Welke zijn dat?"
"De moeder is de bleke, blonde vrouw in linnen.
En de anderen zijn de oude vrouwen, een met de kleine,
en de andere met dat mandje op haar hoofd!"
"En wie is dat kind?"
"Een zoon, tiens. Hoor je hem niet om mama roepen?"
"Wiens zoon? Die van de oude vrouw? Dat kan niet!"
"Die van de jonge. Zie je dat hij naar haar toe wil?"
"Nee. De Rabbi heeft geen broers. Dat weet ik zeker!"
Reacties
Een reactie posten