Maria beweegt Jezus tot inwilligen van Esthers wens (op sterfbed en vanuit hiernamaals)


-Intercessie van Christus en Maria
(Lorenzo Monaco)-

445.14

Maria Valtorta:

'"Goed. Nu jullie er allemaal zijn en het alweer mooi weer wordt, 

stel ik voor dat we vanavond naar Kafarnaüm vertrekken!" zegt Petrus.

Maria, die altijd instemt, zegt ditmaal:

"Nee, Simon. We kunnen niet vertrekken tenzij eerst... 

Mijn zoon, een moeder heeft tot mij gebeden dat Jij, Jij die alleen dat kunt doen, de ziel van haar enige zoon bekeert. Ik smeek Jou, luister naar me, want ik heb beloofd... Vergeef hem... Jouw vergeving..."


"Die is al gegeven, Maria. Ik heb al met de Meester gesproken..."

onderbreekt Iskariot, in de veronderstelling dat Maria het over hem heeft.


"Ik spreek niet over jou, Judas van Simon. 

Ik spreek over Esther van Levi, van Nazareth, 

een moeder die gedood werd door het gedrag van haar zoon. 

Jezus, zij stierf in de nacht dat Jij wegging. 

En haar smeekbeden tot Jou waren niet voor haarzelf, 

arme gemartelde moeder van een schandelijke zoon, 

maar voor haar zoon... 

want wij, moeders van Jouw kinderen, niet van de onze, maken ons zorgen... 

Zij wilde dat haar Samuel gered wordt... 

Maar nu, nu zij dood is, lijkt Samuel, ten prooi aan wroeging, gek, 

niet in staat om enige rede te begrijpen... 

Maar Jij, Zoon, kunt zijn verstand en geest genezen..."


"Heeft hij berouw?"

"Hoe kun je dat van hem verwachten als hij wanhopig is?"

"Inderdaad, iemand die zijn moeder heeft gedood door haar voortdurend pijn te doen, moet wel wanhopig zijn. Het eerste gebod, naastenliefde, kan niet ongestraft overtreden worden. Moeder, hoe kun jij verwachten dat Ik vergeef en dat God vrede schenkt aan een onberouwvolle moedermoordenaar?"

"Mijn zoon, die moeder vraagt ​​om vrede vanuit het hiernamaals... 

Zij was goed... zij heeft zoveel geleden..."

"Vrede zal haar ten deel vallen..."

"Nee, Jezus. De geest van een moeder kan geen vrede vinden,

als ze ziet dat haar kind van God verstoken is..."

"Het is terecht dat hij ervan verstoken is."

"Ja, zoon. Ja. Maar arme Esther... 

Haar laatste woord was een gebed voor haar zoon... 

En ze heeft me gezegd dat ik het aan Jou moest vertellen. 

Jezus, Esther heeft nooit vreugde gekend in haar leven, dat weet Jij. 

Geef haar dit, nu ze dood is, geef het aan haar geest die lijdt om haar zoon."

"Moeder, Ik heb geprobeerd om Samuel te bekeren tijdens Mijn verblijf in Nazareth. Maar tevergeefs, want de liefde in hem was uitgedoofd..."

"Ik weet het. 

Maar Esther bood haar vergeving aan, haar lijden, 

zodat de liefde in Samuel opnieuw geboren kon worden. 

En wie weet? Zou deze huidige kwelling van hem de wedergeboorte van de liefde kunnen zijn? 

Een pijnlijke liefde en, sommigen zouden zeggen, nutteloze liefde, gezien zijn moeder er niet meer van kan genieten. Maar Jij, maar ik, wij weten – ik door geloof, Jij door kennis – dat de liefde van de overledenen waakzaam en nabij is. Zij zijn niet onverschillig en negeren niet wat er gebeurt met de geliefden die ze hier hebben achtergelaten... En Esther kan nog steeds genieten van deze late liefde voor haar van haar ondankbare zoon, nu verteerd door wroeging. 

O mijn Jezus, ik weet dat deze man Jou doet walgen vanwege de enorme omvang van zijn schuld. Een zoon die zijn moeder haat! Een monster voor Jou, die vol liefde bent voor de Jouwen... Maar juist omdat Jij vol liefde bent voor mij, luister naar mij! Laten we onmiddellijk samen terugkeren naar Nazareth. De weg valt me niet zwaar, niets valt me zwaar als het dient om een ​​ziel te redden..."

"Goed. Je hebt gewonnen, Moeder..."'


3 juni 1946

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken