ook Johannes en Andreas louter minachtend t.a.v. Eli - - maar Jezus helpt
447.7
Valtorta:
'Jezus kijkt hem aan: klein, trillend, bleek van angst, ellendig...
Hij observeert hem. En met medelijden.
Er zijn slechts vier ogen die hem met medelijden aankijken:
die van de Zoon en Zijn Moeder.
Alle andere ogen zijn spottend, of streng of onrustig...
Zelfs Johannes, zelfs Andreas, hebben een harde blik
vol minachtende strengheid.
"Medelijden heb Ik. Maar Ik ga niet naar de centurion..."
"Hij is Jouw vriend..."
"Nee."
"Hij is Jou dankbaar, wilde ik zeggen, omwille van...
vanwege zijn knecht, die Jij hebt genezen."
"Ik heb ook jouw kleinzoon genezen. En jij bent Mij niet dankbaar,
ook al ben je een Israëliet zoals Ik. Een weldaad schept geen verplichting."
“O jawel. Wee degenen die niet dankbaar zijn..."
Eli beseft dat hij zichzelf veroordeelt en zwijgt, stotterend.
De menigte spot.
"Snel, Rabbi. Grote Rabbi! Heilige Rabbi!
Hij geeft bevelen, zie Je?! Ze staan op het punt te vertrekken!
Jij wil mij bespotten! Jij wil mij dood!"
"Nee. Ik ga geen gunst in herinnering brengen.
Ga jij en zeg tegen hem: 'De Meester zegt dat je barmhartig moet zijn.' Ga!..."
Eli draaft weg
en Jezus gaat in de tegenovergestelde richting, naar Zijn huis.
De centurion moet hebben ingestemd, want je ziet de soldaten, die al in het zadel zaten, afstappen,
de centurion een met was beklede tablet overhandigen, en de paarden wegleiden.'
Reacties
Een reactie posten