Sara van Afeka mee op terugweg naar Kafarnaüm
CDLIV
MARIA DE ALLERHEILIGSTE
EEN HAAR LIEFDE VOOR EENWORDING MET GOD
ISKARIOTS WOEDE TEGEN DE KLEINE ALFEÜS
454.1
Maria Valtorta:
'De avond valt,
met verfrissende briesjes na zoveel hitte
en schaduwen die een verademing zijn na zoveel zon.
Jezus neemt afscheid van de inwoners van Hippos, vastbesloten Zijn vertrek niet uit te stellen, omdat Hij voor de sabbat in Kafarnaüm wil zijn. De mensen vertrekken met tegenzin, en sommigen, koppig, volgen Hem zelfs buiten de stad.
Onder hen is de vrouw van Afeka, een weduwe, die in het dorp aan het meer tot de Heer had verzocht om haar uit te kiezen als beschermster van de kleine Alfeüs, wiens moeder hem niet wil.
Ze heeft zich onder de vrouwelijke discipelen gemengd alsof ze een van hen was, en inmiddels is ze zo vertrouwd met hen dat ze haar als een van hen beschouwen. Nu is ze bij Salome en spreekt voortdurend met haar, zachtjes.'
Reacties
Een reactie posten