troost voor Aurea die streling van Maria gaat missen
441.6
Maria Valtorta:
'Inmiddels vervolgen de pelgrims hun reis in zuidwestelijke richting.
Voorop lopen de vrouwen op hun ezels, goed gevoed en uitgerust, vrolijk voortdravend, waardoor Margziam en Abel - die verstandig aan weerszijden van Aurea lopen, die voor het eerst rijdt - bijna moeten rennen. En hoewel dit vermoeiend is, leidt het het meisje af van de pijn van de scheiding van Maria.
Zo nu en dan, om de twee jongemannen rust te geven, stopt Mirta haar ezel en houden ze halt, en ze gaat pas weer verder als de apostolische groep zich bij hen voegt. Maar tijdens de pauzes, niet langer afgeleid door de beslommeringen van het paardrijden, wordt Aurea weer verdrietig...
Margziam, die ervaring heeft opgedaan in het wees-zijn, opgenomen uit naastenliefde door een adoptiemoeder na Maria te hebben gekend, troost haar door haar te vertellen hoe je je aan je adoptiemoeder hecht "alsof ze je eigen moeder is". En hij vertelt over zijn eigen indrukken, en hoe Maria en Matthias gelukkig zijn bij Johanna, en Anastatica bij Elise.
Aurea luistert naar deze verhalen,
en wanneer Margziam afsluit met de woorden:
"Geloof me maar, de discipelen zijn allemaal goed,
en Jezus weet aan wie Hij ons, arme dingen, moet geven!"...
en Abel aandringt: "En je moet mijn moeder niet wantrouwen,
die zó blij is jou te hebben, en de afgelopen dagen zó veel voor jou heeft gebeden!"...
zegt Aurea: "Ik geloof het. En ik hou van haar... Maar Maria is Maria...
en jullie moeten medelijden met me hebben..."
"Zeker. Maar we vinden het jammer dat je zo verdrietig bent..."
"O! Maar ik ben niet zo verdrietig als in het huis van de Romeinen en in de eerste uren na mijn bevrijding... Ik ben gewoon... verloren. Ik heb ze al jaren niet meer gehad, strelingen... Alleen Maria gaf ze me opnieuw, na zovele jaren van bazen..."
"Mijn hemel! Maar ik ben hier om ze jou alweer te geven! Ik zal een tweede Maria voor jou zijn. Kom hier, dichtbij... Als ik jonger was, zou ik je op mijn rug nemen, zoals ik met mijn Abel deed toen... hij nog een kind was... maar jij bent al een vrouw..." zegt Mirta, terwijl ze dichterbij komt en haar hand pakt.
"Jij bent mijn vrouwtje, en ik zal jou veel leren! En wanneer Abel ver weg gaat om te evangeliseren, zullen jij en ik pelgrims verwelkomen, zoals de Heer zegt. Wij zullen zoveel goeds doen, in Zijn naam. Jij bent jong, en jij zult mij helpen..."'
Reacties
Een reactie posten