twee zonen lopen Vaders smalle bergweg naar Schat - een bezwijkt toch bij 8e statie
452.9
Jezus zegt:
"De twee zonen begroetten hun vader, die, zolang zij het konden horen, bleef herhalen: 'Volg het Pad dat ik jullie heb gewezen. Het is voor jullie eigen bestwil. Laat je niet verleiden door andere paden, ook al lijken die beter. Dan verliezen jullie de schat en mij erbij...'
Daar stonden ze, aan de voet van de berg.
Een eerste monument stond aan de voet, precies aan het begin van het pad dat het middelpunt vormde van een netwerk van paden dat in alle richtingen omhoog leidde om de berg te bedwingen.
De twee broers begonnen hun beklimming over het goede pad. Het was aanvankelijk nog erg goed, hoewel er geen greintje schaduw was. Vanuit de hoge hemel daalde de zon neer en overspoelde het pad met licht en warmte. De witte rots waarin het was uitgehouwen, de heldere hemel boven hen, de warme zon die hun ledematen omarmde: dit was wat de broers zagen en voelden. Maar, nog steeds bezield door goede wil, door de herinnering aan hun vader en zijn raadgevingen, klommen ze vol vreugde naar de top.
En kijk, een tweede monument... en dan, ziedaar, het derde.
Het pad werd steeds zwaarder, eenzamer en brandender.
De andere paden waren niet meer te zien, waar gras en planten groeiden of helder water was, en bovenal de klim minder steil was, omdat het pad minder steil was en in de grond was aangelegd, niet in de rots.
'Onze vader wil dat we dood aankomen!'
zei een van de zonen, toen hij het vierde monument bereikte.
En hij vertraagde zijn pas.
De ander moedigde hem aan om door te gaan en zei:
'Hij houdt van ons als van twee anderen van zichzelf, en meer zelfs, want hij heeft die schat zo wonderbaarlijk voor ons bewaard. Dit pad in de rots, dat zonder onderbreking omhoog klimt, is door hém uitgehouwen. Deze monumenten zijn door hém gemaakt, om ons te leiden. Denk er eens over na, mijn broer! Hij, helemaal alleen, heeft dit alles gedaan, uit liefde! Om de schat aan ons te geven! Om ervoor te zorgen dat wij ze bereiken, zonder enige mogelijke vergissing en zonder gevaar.'
Ze liepen verder.
Maar de paden bergafwaarts kwamen af en toe dichter bij het pad in de rots, en dat gebeurde steeds meer naarmate de berg, stilaan de top naderend, smaller werd. En wat waren ze mooi, schaduwrijk en uitnodigend!...
'Ik had er bijna eentje genomen!' zei de ontevreden man, toen hij het zesde monument bereikte.
'Dat leidt trouwens ook naar de top!'
'Je kunt het niet zien...
Je kunt niet zien of het omhoog of omlaag gaat...'
'Daar is het, daarboven, ginds!'
'Je weet niet of dat dit pad is.
En bovendien heeft vader je gezegd dat je het rechte pad niet mag verlaten...'
Met tegenzin vervolgde de luie zoon zijn weg.
Daar was het zevende monument: 'O! Nu ben ik echt weg!'
'Doe het niet, broer!'
Het pad omhoog, werd nu echt heel moeilijk.
Maar de top was al in zicht...
Daar was het achtste monument!
Vlakbij, pal naast het met bloemen omzoomde pad.
'O! Zie je dat het, als het niet in een rechte lijn loopt, toch ook recht omhoog gaat?'
'Je weet niet zeker of het dat wel is!'
'Jawel. Ik herken het.'
'Je vergist je!'
'Nee. Ik gá!'
'Doe het niet! Denk aan je vader, aan de gevaren, aan de schat!'
'Dat ze allemaal verloren gaan! Wat heb ik aan de schat als ik dood toekom? En wat is er gevaarlijker dan dit pad? En wat erger dan de haat jegens vader, die ons met dit pad heeft misleid om ons te laten sterven? Vaarwel! Ik kom er eerder dan jij, en ik zal léven...'
En hij wierp zich op het aangrenzende pad,
en verdween met een kreet van vreugde achter de boomstammen,
die hem schaduw boden."
Reacties
Een reactie posten