voor iedere genade heeft ziel toestemming gegeven
454.4
Maria Valtorta:
'"Alle zielen worden minstens één keer in hun leven door God onderzocht, of..."
“O! Ik niet! Mij heeft Hij nooit iets gevraagd!"
roept Maria van Alfeüs vol vertrouwen uit.
De Maagd Maria glimlacht nederig en antwoordt:
"Jij hebt het niet beseft, en je ziel heeft geantwoord zonder dat je het besefte,
en dat omdat je de Heer al heel erg liefhebt."
"Ik zeg je dat Hij nooit tot mij gesproken heeft!..."
"Waarom ben je dan hier, als een discipel die Jezus volgt?
En waarom verlang je er dan naar dat ál je kinderen Hem volgen?
Jij wéét wat het betekent om Jezus te volgen,
en toch wil je dat je kinderen Hem volgen!"
"Zeker wel! Ik zou ze allemaal aan Hem willen geven.
Dan zou ik pas echt kunnen zeggen dat ik mijn schepselen aan het Licht heb gegeven
En ik bid, ik bid dat ik ze aan het Licht, aan Jezus, mag baren,
met een waar, eeuwig moederschap."
"Zie je wel! En waarom?
Omdat God jou op een dag vroeg:
'Maria, wil jij Mij je kinderen schenken
om Mijn dienaren te zijn in het nieuwe Jeruzalem?'
En jij hebt geantwoord: 'Ja, Heer.'
En zelfs nu je weet dat de discipel niet boven de Meester staat,
antwoord jij tegen God, die je nog steeds onderzoekt om je liefde te bewijzen:
'Ja, mijn Heer. Ik wil nog meer dat ze van U zijn!'...
Is dat niet zo?"
"Ja, Maria. Zo is het. Het is waar.
Ik ben zo onwetend dat ik niet weet te begrijpen wat er in de ziel gebeurt.
Maar als Jezus of jij me aan het denken zetten, dan zeg ik dat het waar is.
Het is echt waar. Ik zeg dat... ik ze liever door mensen zie sterven
dan dat ze vijanden zouden zijn van God...
Natuurlijk... als ik ze zou zien sterven... als...
oh! maar de Heer... zou mij helpen, hè?...
de Heer in dat uur...
of zal Hij alleen jou helpen?"
"Hij zal al zijn trouwe/gelovige dochters helpen,
en martelaressen in de geest, of in de geest en in het lichaam,
tot zijn eer."
"Maar wie moet er gedood worden?" vraagt het kind,
dat bij het horen van die woorden is gestopt met springen
en aandachtig luistert.
En hij vraagt het opnieuw,
een beetje nieuwsgierig, een beetje bang,
terwijl hij her en der over het eenzame, donker wordende landschap speurt:
"Zijn er dieven? Waar zijn ze?"
"Er zijn geen dieven, kind.
En er hoeft nu niemand gedood te worden.
Spring, spring nog een keer..."
antwoordt de Heilige Maagd.'
Reacties
Een reactie posten