waarom werk uitbesteden, en niet je inwoners helpen?


453.3

M. Valtorta:

'Jezus gaat over tot het spreken tot de aandachtige menigte:

"Deze stad is rijk en welvarend. Tenminste in dit deel.

Ik zie jullie gekleed in schone en mooie kleren.

Jullie gezichten zijn goed doorvoed.

Alles wijst erop dat jullie geen armoede lijden.

Daarom vraag Ik jullie of degenen die daarginds klagen,

of die uit Hippos komen of incidentele bedelaars zijn,

die van elders naar hier zijn gekomen,

om hulp te zoeken.

Wees eerlijk..."


"Wel, we zullen het U vertellen,

hoewel de verwijtende toon al uit Uw woorden klinkt.

Sommigen komen van buitenaf, de meesten komen uit Hippos."


"En is er dan geen werk voor hen?

Ik heb gezien dat er hier veel gebouwd wordt, 

en er zou dus werk moeten zijn voor iedereen..."


"Het zijn bijna altijd de Romeinen, die het werk uitbesteden..."

"Bijna altijd... Dat hebt u goed gezegd.

Want Ik heb ook lokale mensen het werk zien controleren.

En onder hen zag Ik velen, die mensen hadden, niet van hier.

Waarom helpen ze niet eerst de inwoners?"



"Omdat...

Het is moeilijk om hier te werken,

vooral jaren geleden, voordat de Romeinen mooie wegen aanlegden,

was het zwaar werk om de stenen hierheen te brengen en de wegen aan te leggen...

En velen zijn ziek geworden, of verminkt... en nu zijn ze bedelaars,

omdat ze niet meer kunnen werken."


"Maar genieten jullie van het werk dat zij verricht hebben?"

"Zeker, Meester! Kijk eens naar deze mooie, comfortabele stad, 

met overvloedig water in diepe cisternen en prachtige wegen,

die aansluiten op andere rijke steden. 

Kijk eens naar deze solide gebouwen!

Kijk eens naar al die werkplaatsen!

Kijk eens naar..."



"Ik zie alles!

En hebben degenen die jullie nu zo klaaglijk om brood vragen, 

jullie geholpen om deze dingen op te bouwen? Ja, zeg je?...

Waarom dan, als je geniet van wat zij jullie hebben geholpen te verkrijgen,

gunnen jullie hen geen greintje plezier?

Brood, zonder dat zij erom hoeven te vragen.

Een bed, zonder dat zij gedwongen worden hun holen te delen met wilde dieren.

Hulp voor hun ziekten, die, als ze genezen zouden worden, 

hen de middelen zouden geven om iets te doen,

i.p.v. zichzelf te vernederen

in gedwongen en vernederende ledigheid.


Hoe kunnen jullie tevreden aan tafel zitten

en vrolijk het overvloedige eten delen met je lachende kinderen,

wetende dat, niet ver weg, sommige van je medemensen honger lijden?

Hoe kun je gaan rusten in een goed beschut bed, 

wetende dat er buiten, 's nachts, mensen zijn zonder bed of onderdak?

Kwetsen die munten die je in je schatkist bewaart jullie geweten niet,

wetende dat velen geen cent hebben om een ​​brood te kopen?"'


2 juli 1946

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken