Maria zal wéten wanneer het uur daar is
[later, in Kafanaüm...]
460.10
Maria Valtorta:
'"Moeder, kom mee met Mij naar boven. Wij zullen deze uren samen doorbrengen."
Maria volgt Hem zwijgend.
Ze gaan de bovenkamer binnen,
koel en schaduwrijk door de wijnranken die er groeien
en de gordijnen die schaduw bieden.
"Ga je weg, mijn Jezus?!"
Maria is erg bleek.
"Ja. Het is tijd."
"En moet ik niet naar het Loofhuttenfeest komen? Mijn zoon!..."
Maria snikt.
"Moeder! Waarom? Het is niet de eerste keer dat we uit elkaar gaan!"
"Nee. Dat is waar. Maar... O! Ik herinner me wat Je mij vertelde in het bos bij Gamla... Mijn zoon! Vergeef een arme vrouw. Ik zal Jou gehoorzamen... Ik zal met Gods hulp sterk zijn... Maar ik wil een belofte van Jou..."
"Welke, Moeder van Mij?"
"Dat Je dit vreselijke uur niet voor mij zult verbergen.
Niet uit medelijden, niet uit wantrouwen jegens mij...
Dat zou te pijnlijk zijn... en te veel kwelling... Pijnlijk omdat...
ik plots alles zou vernemen, en nog wel van iemand die mij niet liefheeft
zoals Jij deze arme Moeder liefhebt... En het zou een kwelling zijn...
te denken dat Jij, mijn Schepsel, misschien wel ter dood gebracht wordt
op het moment dat ik spin, weef of voor de duiven zorg..."
"Wees niet bang, Moeder. Je zult het weten...
Maar dit is niet het laatste afscheid. We zullen elkaar weerzien..."
"Echt?"
"Ja. We zullen elkaar weerzien."
"En zul Jij mij dan zeggen: 'Ik ga het offer brengen'? O!..."
"Dat zal ik niet zo zeggen. Maar jij zult het begrijpen...
En daarna zal er vrede zijn. Zoveel vrede...
Denk eraan: alles te hebben gedaan wat God van ons, Zijn kinderen, verlangt,
ten goede van al Zijn andere kinderen. Zoveel vrede...
De vrede van de volmaakte liefde..."
Hij heeft haar tegen Zijn hart gesloten
en houdt haar stevig vast in Zijn kinderlijke omhelzing.
Hij, zoveel groter en sterker, zij kleiner, jong door de onbedorven jeugd van haar lichaam en uitdrukking, bovenop de eeuwige jeugd van haar onberispelijke geest.
En zij herhaalt, heldhaftig, zozeer heldhaftig: "Zeker, zeker. Wat God wil..."
Er zijn geen woorden meer.
De twee Volmaakten volbrengen nu al het offer van hun allerzwaarste gehoorzaamheid.
Er zijn zelfs geen tranen. En zelfs geen kussen.
Er zijn slechts Twee die volmaakt liefhebben
en hun liefde aan Gods voeten God leggen.'

Reacties
Een reactie posten