net Aäron - de hogepriester! - deed twijfel ontstaan
457.2
Maria Valtorta:
'Toen begon Hij te prediken om een eind te maken aan de twisten.
"Toen het volk van God, na de dood van Mirjam te Kadesh, in de woestijn in opstand kwam vanwege gebrek aan water, en tegen Mozes, hun redder en leider uit het land van zonde naar het beloofde land, riep alsof hij hun waanzinnig geworden vernietiger was, en Aäron uitschold als een nutteloze priester, toen ging Mozes met zijn broer het tabernakel binnen en sprak tot de Heer, en vroeg om een wonder om een eind te maken aan het gemurmel.
En de Heer, hoewel Hij niet verplicht was aan elk verzoek te voldoen, vooral niet als het gewelddadig was en afkomstig van geesten die hun heilige vertrouwen in de Voorzienigheid van de Vader hadden verloren, sprak tot Mozes en Aäron.
Hij had ook alleen tot Mozes kunnen spreken, want Aäron, hoewel Hogepriester, had ooit Gods goedheid verspeeld door een afgod te aanbidden. Maar God wilde hem opnieuw beproeven, en hem een manier geven om in Gods gunst te groeien.
Daarom beval Hij
om Aärons staf te nemen,
die in het tabernakel was geplaatst
nadat deze tot bloemen was ontloken
die zich ontvouwden tot bladeren, die later amandelen werden,
en daarmee met de rots te gaan spreken,
omdat de rots water zou verschaffen, voor zowel mensen als dieren.
En Mozes deed, samen met Aäron, wat de Heer geboden had,
maar niet allebei waren ze in staat de Heer volledig te geloven.
En degene die het minst geloofde, was de hogepriester van Israël: Aäron.
De rots, geslagen door de staf, spleet open
en er stroomde genoeg water uit om de dorst van het volk en het vee te lessen.
En dat water werd het Water van de Twist genoemd,
omdat daar de Israëlieten twistten met de Heer,
en Zijn daden en Zijn geboden in twijfel trokken,
en niet allen even gelovig waren,
meer zelfs, het was net de hogepriester
die de twijfel over de waarheid van de goddelijke woorden deed ontstaan.
En Aäron werd daarop uit zijn leven weggenomen
zonder het Beloofde Land te kunnen bereiken.
Ook nu staat het volk op tegen de Heer en zegt:
"Gij hebt ons - als volk en als individuen - laten sterven
onder de heerschappij van onderdrukkers."
En zij roepen tot Mij:
"Maak U tot koning en bevrijd ons!"
Maar over welke bevrijding spreken jullie?
Van welke kastijding? Van materiële bestraffing?
O! In materiële zaken is er noch verlossing noch bestraffing!
Een veel grotere straf en veel grotere bevrijding liggen binnen het bereik van je vrije wil,
en jullie kunnen kiezen. God schenkt dit aan jullie.
Ik zeg dit voor de aanwezige Israëlieten,
voor hen die de beeldspraak in de Schrift zouden moeten kunnen lezen en begrijpen.
Maar omdat Ik medelijden heb met Mijn volk, van wie Ik Koning ben in de geest,
wil Ik jullie helpen ten minste één beeldspraak te begrijpen,
zodat het je kan helpen te begrijpen wie Ik ben.'


Reacties
Een reactie posten