herder-discipelen lijden onder vervolgingen, en vragen Jezus tot boeren te spreken
404.5 M. Valtorta: 'Ze gaan op weg naar Emmaüs, dat al vlakbij ligt, een oogverblindend witte heuvel tussen het goudgele, rijpe graan en het groen van de weelderige boomgaarden. "Meester! Meester! Stop! Je discipelen!" roepen stemmen in de verte, en een handvol mannen, die een paar boeren achterlaten, die in de schaduw van een appelboomgaard even rusten, rennen over een zonnig pad naar Jezus toe. Het zijn Matthias en Johannes, voormalige herders en later discipelen van de Doper, en met hen zijn Nicolaas, Abel, de voormalige melaatse, Samuel, Ermasteüs en anderen. "Vrede zij met jullie. Zijn jullie hier?" "Ja, Meester. Wij hebben langs alle oevers van de zee gereisd. Nu gaan we richting Jeruzalem. Verderop zijn Stefanus en anderen. En nog verderop Hermas en anderen. En dan nog Isaak, de kleine leraar van ons allen, nog verderop. Hij was er tenminste. Net zoals Timoneüs, aan de overkant van de Jordaan. Maar nu zullen ze allemaal ...