God kiest Maria's man 2
12.3
Maria Valtorta:
'Er komt een groep jonge Levieten binnen
die zich opstellen tussen de deur en een lange smalle tafel,
die zich vlakbij de muur bevindt waar in het midden de deur zit, die wijd open blijft.
Alleen een gordijn, dat tot twintig centimeter boven de grond hangt,
blijft opgespannen om de open ruimte af te dekken.
De nieuwsgierigheid wordt groter.
En nog groter, wanneer een hand het gordijn opzij schuift
om plaats te maken voor een Leviet met een bundel droge takken in zijn armen,
waarop subtiel een bloeiende tak is neergelegd.
Een licht schuim van witte bloemblaadjes,
dat nauwelijks doen denken aan een roze tint
die vanuit het midden steeds zwakker uitstraalt
naar de bovenkant van de lichte bloemblaadjes.
De Leviet legt de bundel takken met zorg op tafel,
om het wonder, van die bloeiende tak tussen zoveel verwelking,
niet te beschadigen.
Er gaat een gezoem door de kamer.
De halzen worden langer, de blikken worden scherper
als om beter te zien.
Zelfs Zacharias, die samen met de priesters is,
en dus dichter bij de tafel, probeert het te zien.
Maar hij ziet niets.
Jozef, in zijn hoekje, kijkt nauwelijks naar de bundel takken.
En als zijn gesprekspartner iets tegen hem zegt,
knikt hij ontkennend, als iemand die zegt:
'Onmogelijk!'
En hij glimlacht.'
Reacties
Een reactie posten