maria met bloempjes 4
7.3
Maria Valtorta:
'"Mam, kun jij mij er meer over vertellen?"
"Oh! mijn dochter! Wat zou je willen weten?"
Maria denkt na, serieus en in zichzelf gekeerd,
het zou moeten worden geschilderd
om de expressie ervan te vereeuwigen.
De schaduwen van haar denken worden weerspiegeld op haar kinderlijke gezicht.
Glimlachjes en zuchten, zonnestralen en schaduwen van wolken,
terwijl ze piekert over de geschiedenis van Israël.
Dan kiest ze:
"Nog een keer dat van Gabriël aan Daniël,
waarin Christus is beloofd!"
[zie Dan.9:20-27]
En ze luistert met haar ogen dicht,
langzaam de woorden herhalend die haar moeder tegen haar zegt:
alsof ze die beter wil onthouden.
Als Anna klaar is, vraagt ze:
"Hoe lang duurt het nog voordat we Emmanuel hebben?"
"Ongeveer dertig jaar, liefje."
"Zoveel nog!
En ik zal in de tempel zijn...
Zeg eens, als ik heel veel, heel veel, heel veel zou bidden, dag en nacht, nacht en dag,
en als ik voor dit doel mijn hele leven lang alleen van God zou willen zijn,
zou de Heer mij dan genadig zijn om, voor het eerst,
de Messias aan zijn volk te geven?"
"Ik weet het niet, lieverd.
De Profeet [Daniël] zegt: 'Zeventig weken.'
Ik geloof dat profetie zich niet vergist."
"Maar de Heer is zo goed...,"
haast Anna zich toe te voegen,
terwijl ze de gouden wimpers van haar kleine meisje ziet parelen van tranen,
"...dat ik geloof dat als je veel, veel, veel bidt, Hij jou zal antwoorden."
De glimlach keert terug naar het gezichtje
dat een beetje naar de moeder is opgeheven,
en een klein zonneoogje dat tussen twee wijnbladeren passeert,
laat de druppels van het reeds opgehouden huilen glanzen,
alsof het dauwdruppels waren die opgehangen hingen
aan de zeer dunne stengels van alpenmos.'
Reacties
Een reactie posten