Maria absolveert
26.4
Maria Valtorta:
'"Maar waarom, Maria, was je zo nederig...
dat je tegenover mij, je echtgenoot, over je glorie zweeg
en mij toestond om je te verdenken?"
Jozef zit niet op zijn knieën,
maar hij is zo voorover-gebogen dat het lijkt alsof hij dat wel is,
en Maria legt haar handje op zijn hoofd en glimlacht.
Ze lijkt hem te absolveren.
En ze zegt:
"Als ik dat niet zo perfect was geweest,
zou ik het niet hebben verdiend de Verwachte te ontvangen,
die komt om de schuld van Trots die de mens heeft geruïneerd, teniet te doen.
En bovendien gehoorzaamde ik...
God heeft mij om deze gehoorzaamheid gevraagd.
Het heeft me veel gekost...
door jou, door de pijn die het jou zou bezorgen.
Terwijl het enige wat ik hoefde te doen, was gehoorzamen.
Ik ben de Dienstmaagd van God...
en dienaren twijfelen niet aan de bevelen die zij ontvangen.
Ze voeren ze uit, Jozef, ook al doen ze mensen bloed huilen."
Maria huilt zachtjes terwijl ze dit zegt.
Zo stil dat Jozef, gebogen als hij is, het pas merkt als er een traan op de grond valt.
Dan heft hij zijn hoofd op en
- het is de eerste keer dat ik hem dit gebaar zie maken -
hij houdt Maria's handjes in zijn sterke bruine handen
en kust de toppen van die dunne roze vingers,
die als vele perzikknopjes ontluiken
uit de ring van Jozefs handen.'
Reacties
Een reactie posten