'n klusje bij de centurion
18.2-3
Maria Valtorta:
'Er wordt op de deur geklopt.
Maria staat op en doet de deur open.
Jozef komt binnen.
Ze groeten elkaar.
Dan zit Jozef op een kruk tegenover Maria, aan de overkant van de tafel.
Jozef is een knappe man, in de volheid van zijn leeftijd. Hoogstens vijfendertig.
Zijn donkerbruine haar en zijn eveneens donkerbruine baard omlijsten een regelmatig gezicht
met twee lieve, bijna zwartbruine ogen.
Hij heeft een ruim en glad voorhoofd,
een dunne, licht gebogen neus,
tamelijk ronde wangen van een bruin dat niet olijfbruin is,
maar eerder roze bij de jukbeenderen.
Hij is niet erg lang.
Maar hij is stevig en goed gemaakt.
Voordat hij ging zitten, deed hij zijn mantel uit,
die - het is de eerste dat ik hem op deze manier zie - van volledige lengte is,
aan de keel vastgemaakt met een haak of iets dergelijks,
en een capuchon heeft.
Hij is lichtbruin van kleur
en lijkt gemaakt van een waterdichte, grove wollen stof.
Het lijkt wel de mantel van een bergbewoner,
geschikt als beschutting tegen de elementen.
Ook bood hij, nog voor hij ging zitten,
Maria twee eieren en een tros druiven aan,
al wat verschrompeld, maar goed bewaard gebleven.
En hij glimlacht en zegt:
"Die hebben ze voor mij uit Kana meegebracht.
De eieren heeft de centurion mij gegeven, voor 'n klusje dat ik deed aan een van zijn wagens.
Die had een wiel gebroken, en hun werkman is ziek...
Ze zijn vers, hij heeft ze uit zijn kippenhok gehaald.
Drink ze, ze zullen je goed doen!"
"Morgen, Jozef. Nu heb ik gegeten."
"Maar de druiven kun je toch nemen! Ze zijn goed, zoet als honing.
Ik droeg ze zachtjes om ze niet te beschadigen. Eet! Ik heb er nog een paar.
Die breng ik je morgen in een mandje. Vanavond kon ik niet,
omdat ik rechtstreeks uit het huis van de Centurion kom."
"Dan heb jij nog niet gegeten..."
"Nee. Maar dat maakt niet uit."
Maria staat onmiddellijk op en gaat naar de keuken,
en komt terug met nog meer melk en wat olijven en kaas.
"Ik heb niets anders," zegt ze. "Neem jij een ei!"
Jozef wil het niet.
De eieren zijn voor Maria.
Hij eet met smaak zijn brood en kaas
en drinkt zijn nog warme melk.
Dan accepteert hij een appel.
Het diner is voorbij.
Maria neemt haar borduurwerk, nadat ze de tafel heeft afgeruimd,
en Jozef helpt haar en blijft in de keuken, zelfs wanneer zij terugkeert naar hier.
Ik hoor hem heen en weer bewegen, terwijl hij alles weer op zijn plaats zet.
Hij steekt het vuur weer aan, want de avond is koel.
Als hij terugkomt, bedankt Maria hem.'
Reacties
Een reactie posten