zorgen voor onderdak
30.8
Maria Valtorta:
"Maar u kunt hier niet blijven. Het is hier koud en vochtig.
En dan... er zijn hier te veel dierengeuren. Dat is niet goed...
en... het is niet goed voor de Heiland!"
"Ik weet het," zegt Maria met een grote zucht.
"Maar er is geen plek voor ons in Bethlehem."
"Houd moed, mevrouw. Wij gaan voor u op zoek naar een huis!"
"Ik zal het mijn meesteres vertellen," zegt de man met de melk, Elia.
"Zij is goed. Ze zal u verwelkomen, al moet ze u haar eigen kamer geven.
Van zodra het dag is, zal ik het haar vertellen. Haar huis is vol mensen...
Maar zij zal u een plekje geven!"
"Voor mijn kind tenminste.
Jozef en ik liggen wel op de vloer.
Maar voor de Kleine..."
"Zucht niet, Mevrouw, ik zal ervoor zorgen.
En we zullen velen vertellen wat ons werd verteld, het zal u aan niets ontbreken.
Neem voorlopig wat onze armoede u kan geven, wij zijn herders..."
"Wij zijn ook arm.
En wij kunnen u niet compenseren"...
zegt Jozef.
"Oh! maar dat willen wij niet!
Zelfs al zou het kunnen, dan zouden wij dat niet willen!
De Heer heeft ons hier al voor gecompenseerd, Hij beloofde iedereen vrede!
De engelen zeiden dit: 'Vrede voor mensen van goede wil!'
Maar ons heeft Hij die al gegeven, want de engel zei
dat dit Kind de Verlosser is, Christus is, de Heer.
Wij zijn arm en onwetend,
maar wij weten wat de profeten zeggen:
dat de Heiland de Vredevorst zal zijn.
En hij zei dat we Hem moesten gaan aanbidden.
En dus heeft hij ons zijn vrede gegeven.
Eer aan God in de hoogste hemelen
en eer aan deze Christus van Hem,
en gezegend gij, mevrouw,
die Hem hebt voortgebracht!
U bent heilig, want u verdiende het
om Hem te dragen!
Beveel ons als koningin,
want wij zijn u graag van dienst.
Wat kunnen wij voor u doen?"
"Mijn Zoon liefhebben
en altijd in uw hart bewaren,
die gedachten van vandaag!"
"Maar voor u? Wilt gij niets?
Hebt u geen familieleden,
om te laten weten dat Hij geboren is?"
"Ja, dat zou ik wel willen.
Maar die zijn niet hier in de buurt.
Ze zijn in Hebron..."
"Ik ga erheen!" zegt Elia. "Wie zijn het?"
"Zacharias, de priester, en mijn nicht Elizabeth."
"Zacharias?
Oh! Maar die ken ik goed!
In de zomer ga ik naar die bergen,
omdat de weilanden daar rijk en mooi zijn.
En ik ben bevriend met zijn herder.
Als ik weet dat alles hier in orde is,
ga ik naar Zacharias!"
"Dank u, Elia."
"Nee, gij bedankt.
Het is een grote eer voor mij, arme herder,
om met de priester te gaan praten en hem te zeggen:
'De Heiland is geboren!'"
"Nee, ge zult tegen hem zeggen:
'Maria van Nazareth, uw nicht, zegt dat Jezus is geboren
en dat u naar Bethlehem moet komen.'"
"Ik zal het zeggen."
"Dat God u belone!"
Reacties
Een reactie posten