Maria kuis in het wit
34.6
Maria Valtorta:
'Maria zit met het Kind op schoot en Jozef staat vlakbij hen.
Maar zij staat ook op, en maakt een buiging,
van zodra de drie magiërs binnenkomen.
Ze is geheel in het wit gekleed.
Zo mooi, in haar eenvoudige witte jurk
die haar bedekt vanaf de wortel van de nek tot aan haar voeten,
van haar schouders tot aan haar slanke polsen...
zo mooi, met haar hoofdje gekroond met blonde vlechten,
haar gezicht dat van emotie levendiger roze wordt,
haar ogen die lieflijk glimlachen,
de mond die opengaat bij de begroeting: "God zij met jullie"...
dat het drietal even stilstond.
Dan gaan ze verder
en werpen zich aan haar voeten neer
en vragen haar om te gaan zitten.
Dat doen ze zelf niet, ze zitten niet,
hoe vaak Zij hen ook smeekt om dat te doen.
Zij blijven op hun knieën zitten, ontspannen op hun hielen.
Achter hen, eveneens op hun knieën,
bevinden zich de drie bedienden, vlak voorbij de drempel.
Ze hebben de drie voorwerpen die ze bij zich hadden voor zich opgesteld,
en wachten.
De drie Wijzen aanschouwen het Kind,
dat volgens mij tussen de negen maanden en een jaar oud moet zijn;
hij is zo levendig en robuust.
Hij zit op moeders schoot,
glimlachend en fluitend
met de stem van een vogeltje.
Hij is geheel in het wit gekleed, net als zijn moeder,
met sandalen aan zijn kleine voetjes.
Een heel eenvoudig jurkje: een tuniek,
waaruit de mooie rusteloze voetjes tevoorschijn komen,
de mollige handjes die alles willen vastpakken,
en vooral het mooie gezichtje
waarin de donkerblauwe ogen glanzen,
en de mond kuiltjes heeft aan de zijkanten,
lachend, en de eerste kleine tandjes al onthullend.
Zijn krulletjes zien eruit als goudstof,
zo glanzend en donzig zijn ze.'
Reacties
Een reactie posten