arme voornaamheid 1


-Heilige Familie (Modesto Faustini)-

36.4

Maria Valtorta:

'Nu zie ik een man, niet al te lang maar robuust, door de straat komen.

Ik herken Jozef, die lacht. Hij is jonger dan ik hem eerder zag...

Hij lijkt hooguit veertig jaar oud.

Hij heeft dik, zwart haar en een baard,

een nogal gebruinde huid, donkere ogen.

Een eerlijk en prettig gezicht, 'n gezicht dat vertrouwen wekt.


Als hij Jezus en Maria ziet, versnelt hij zijn pas.

Op zijn linkerschouder heeft hij een soort zaag en een soort schaaf,

en in zijn hand houdt hij ander gereedschap van het vak,

niet zoals men nu heeft, maar bijna hetzelfde.


Het lijkt erop dat hij terugkomt van wat werk in iemands huis.

Hij draagt een kleed tussen hazelnoot en bruin, niet erg lang (ruim boven de enkel)

en heeft korte mouwen tot aan de elleboog.

Een leren riem om zijn middel, denk ik.

Een echt werkpak.

Aan zijn voeten zitten geweven enkellange sandalen.


Maria glimlacht

en het Kind schreeuwt het uit van vreugde

en strekt zijn vrije armpje uit.


Wanneer de drie elkaar ontmoeten,

buigt Jozef zich voorover en biedt het Kind een vrucht aan

die voor mij qua kleur en vorm op een appel lijkt.

Dan strekt ook hij zijn armen naar hem uit,

en het Kind verlaat zijn Moeder

en krult zich op in de armen van Jozef,

terwijl hij zijn hoofdje in de holte van Jozefs nek buigt,

die hem kust en door hem wordt gekust.

Een beweging vol liefdevolle gratie.


Ik vergat te zeggen dat Maria er snel bij was 

om Jozefs werkgereedschap af te pakken,

om hem de vrijheid te geven het Kind te omhelzen.


Dan staat Jozef, die op de grond was gehurkt om op Jezus' niveau te komen, weer op,

pakt zijn gereedschap met zijn linkerhand, en houdt de kleine Jezus dicht bij zijn sterke borst

met zijn rechterarm, en gaat op weg naar huis,

terwijl Maria naar de bron gaat

om haar amfora te vullen.


Nadat hij de omheining van het huis is binnengegaan,

legt Jozef het Kind neer, neemt het weefgetouw van Maria

en brengt het het huis binnen, waarna hij de geit melkt.


En Jezus observeert zorgvuldig deze handelingen

alsook het opsluiten van de geit in een klein hok

aan de ene kant van het huis.


De avond valt.

Ik zie het rood van de zonsondergang paars worden

op het zand, dat lijkt te trillen van de hitte.

De piramide ziet er donkerder uit.


Jozef komt het huis weer binnen,

in een kamer die een gecombineerde werkplaats, keuken en eetkamer moet zijn.

Het is duidelijk dat de tweede kamer bedoeld is voor rust, maar daar ga ik niet op in.


Er wordt een lage open haard aangestoken.

Er staat een timmermansbank, een tafeltje, wat krukjes,

wat planken met wat serviesgoed erop en twee olielampen.

In een hoek het weefgetouw van Maria.

Er is heel veel orde en overzichtelijkheid.

Een zeer povere, maar heel schone residentie.


Dit is een observatie die ik maak:

in alle visioenen over het menselijk leven van Jezus

heb ik gemerkt dat zowel Hij als Maria, als Jozef, als Johannes,

altijd netjes en schoon zijn in hun kleding en hoofdverzorging.

Bescheiden kleding en eenvoudige kapsels,

maar met een netheid waardoor ze elegant lijken.'


25 jan. 1944

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken