heengaan van Jozef 4
"Hoe lieflijk zijn Uw Loofhutten, O Heer.
Mijn ziel wordt verteerd door verlangen naar de rechtbanken van de Heer.
Zelfs de mus vindt een thuis en de schildpad een nest voor zijn jongen.
Ik verlang naar Uw altaren, Heer.
Gezegend zij die in Uw huis wonen...
Gezegend de man die zijn kracht vindt in U.
Hij heeft in zijn hart de beklimmingen geregeld
uit het tranendal naar de uitgelezen plaats.
O Heer, hoor mijn gebed...
O God, keer Uw blik en zie het gezicht
van Uw Christus, Uw gezalfde..."
Jozef kijkt Jezus snikkend aan
en maakt een spreekgebaar
alsof hij hem wil zegenen.
Maar dat kan hij niet.
Het is duidelijk dat hij het begrijpt,
maar zijn spraak wordt verhinderd.
Hij is echter blij
en kijkt met levendigheid
en vertrouwen naar zijn Jezus.
Reacties
Een reactie posten