heengaan van Jozef 6
"O Heer, gedenk David en al zijn zachtmoedigheid.
Zoals hij de Heer heeft gezworen:
ik zal mijn huis niet binnengaan, ik zal niet naar het bed van mijn rust gaan,
ik zal mijn ogen geen slaap gunnen, geen rust aan mijn oogleden, geen rust aan mijn slapen
totdat ik een plaats heb gevonden voor de Heer, een verblijfplaats voor de God van Jakob...
Sta op, Heer, en kom tot rust, Gij en de Ark van Uw Heiligheid"...
(Maria begrijpt het en barst in tranen uit).
"Laat Uw priesters met gerechtigheid worden bekleed en laat Uw heiligen feestvieren.
Uit liefde voor Uw dienaar David, ontzeg ons niet het aangezicht van Uw Christus/Gezalfde.
De Heer heeft de belofte aan David gezworen en zal die nakomen:
'Ik zal de vrucht van je schoot op je troon plaatsen'.
De Heer heeft haar gekozen als zijn thuis...
Ik zal Davids macht laten bloeien
door een brandende fakkel te bereiden
voor mijn Christus"...
Jezus zegt:
"Dank je, mijn vader, voor mij en voor de Moeder.
Je bent voor mij een rechtvaardige vader geweest,
en de Eeuwige heeft jou onder de hoede van Zijn Christus en Zijn Ark geplaatst.
Jij was de fakkel die voor Hem werd aangestoken,
en voor de Vrucht van de Heilige Schoot had jij een hart van naastenliefde.
Ga in vrede, vader.
De weduwe zal niet zonder hulp zijn.
De Heer heeft ervoor gezorgd dat ze niet alleen is.
Ga vredig naar jouw rust.
Dat zeg ik je."
Maria huilt
met haar gezicht gebogen over de dekens (ze zien eruit als mantels)
verspreid over Jozefs lichaam, dat afkoelt.
Jezus versnelt zijn troost,
omdat zijn ademhaling moeilijker wordt
en zijn blik weer versluierd.'
Reacties
Een reactie posten