Kind Jezus zegent
34.9
Maria Valtorta:
'Dan geven de drie het Kind terug aan Maria en staan op.
Maria staat ook op. Ze buigen voor elkaar,
nadat de jongste een bevel heeft gegeven aan de bediende,
die naar buiten gaat.
De drie praten nog wat verder.
Ze kunnen zichzelf er niet toe brengen dat huis te verlaten.
Tranen van emotie staan in hun ogen.
Uiteindelijk gaan ze naar de uitgang,
vergezeld door Maria en Jozef.
Het Kind wil mee naar beneden gaan
en Zijn Handje geven aan de oudste van de drie,
en loopt dus mee, vastgehouden door de hand van Maria en de Wijze,
die zich bukken om Hem vast te houden.
Jezus heeft nog steeds de onzekere tred van een kind
en lacht, terwijl Hij met Zijn Voetjes tikt op de streep die de zon op de vloer maakt.
Wanneer ze de drempel bereiken
- we mogen niet vergeten dat de kamer net zo lang was als het huis -
nemen de drie afscheid, knielen opnieuw en kussen nogmaals de Voetjes van Jezus.
Maria, die zich over de Kleine buigt, pakt Zijn Handje
en begeleidt Hem om een zegenend gebaar te maken
op het hoofd van elke individuele Magiër.
Het is al een kruisteken [Tau-teken]
getekend door de vingertjes van Jezus, geleid door Maria.
Dan gaan de drie de ladder af.
De karavaan staat daar al klaar.
De hengsten van de paarden glanzen in de ondergaande zon.
Mensen verdringen zich op het plein om de ongewone show te zien.
Jezus lacht en klapt in Zijn Handjes.
De Moeder heeft Hem opgetild en op de brede borstwering gezet die de overloop begrenst,
en houdt Hem met één arm tegen haar schoot zodat Hij niet valt.
Jozef gaat met de drie naar beneden
en houdt ieders stijgbeugel vast, terwijl ze op de paarden en de kameel klimmen.
Nu zijn bedienden en meesters allen te paard.
Het marsorder wordt gegeven.
De drie buigen zich tot over de nek van hun dier voor nog een laatste groet.
Jozef buigt, Maria ook, en leidt nogmaals het Handje van Jezus
in een gebaar van afscheid en zegen.'
Reacties
Een reactie posten