Maria verft wol 2
39.3
Maria Valtorta:
'Terwijl Maria dit doet,
komt haar schoonzus, Maria van Alfeüs, binnen
komende van het houtatelier van Jozef.
Ze groeten elkaar.
En praten met elkaar.
"Gaat het goed met de wol?" vraagt Maria van Alfeüs.
"Ik hoop van wel."
"Die heidense vrouw verzekerde mij
dat dit precies de kleur is en de manier waarop ze ze in Rome gebruiken.
Zij gaf ze mij, juist omdat jij het bent en die werkjes hebt gedaan.
Ze zegt dat er, zelfs in Rome, niemand is die borduurt zoals jij.
Je moet je geblindeerd/verzonken hebben om ze te maken"...
Maria glimlacht
en maakt een beweging met haar hoofd, alsof ze wil zeggen:
"Welnee/Niets om je zorgen over te maken!"
De schoonzus bekijkt de laatste strengen wol
voor ze ze aan Maria overhandigt.
"Hoe je die gesponnen hebt!
Ze zien eruit als haar, zo fijn en regelmatig zijn ze.
Je doet alles goed... en hoe snel!
Zal die laatste nog helderder worden?"
"Ja, voor het kleed. De mantel is donkerder."
De twee vrouwen werken samen in het bad.
Daarna halen ze de strengen, met een prachtige paarse kleur, eruit
en rennen snel om die in het ijskoude water te dopen
dat de kuip vult onder het kleine bronnetje
dat neerdruppelt met geluidjes van zacht gegiechel.
Ze spoelen en spoelen,
spreiden de strengen vervolgens uit op stokken
en bevestigen ze van tak tot tak van de bomen.
-Atelier Yukio Yoshioka (Kyoto)-
"Met deze wind drogen ze goed en snel," zegt de schoonzus.
"Laten we naar Jozef gaan. Er is vuur. Je hebt het vast koud," zegt de allerheiligste Maria. "Je hebt me goed geholpen! Nu deed ik het snel en met minder moeite. Ik ben je dankbaar."
"Oh! Maria! Wat ik niet voor jou zou doen! Dichtbij je zijn is een feest. En dan... al dit werk is voor Jezus. En hij is zo lief, jouw zoon!... Ik zal het gevoel hebben dat ik ook zijn moeder ben, als ik je help voor zijn bar mitswa-feest."
De twee vrouwen komen het atlier binnen,
vol van de geur van geschaafd hout
typisch voor timmerwerkplaatsen.'
Reacties
Een reactie posten