géén zelfproclamatie 3
59.8
Maria Valtorta:
'"Heb je het gehoord? Wat antwoord je nu?"
vraagt Jezus aan zijn tegenstander.
De bebaarde en getroebleerde man haalt zijn schouders op
en verslagen vertrekt hij, zonder te antwoorden.
De menigte bespot hem en juicht Jezus toe.
"Stilte. De plaats is heilig!" zegt Jezus, en beveelt vervolgens:
"Breng mij de jongeman aan wie Ik hulp van God beloofde."
De zieke komt. Jezus aait hem:
"Jij had geloof! Wees genezen!
Ga in vrede en wees rechtschapen."
De jongeman geeft een gil. Wie weet wat hij voelt?
Hij knielt neer aan de voeten van Jezus en kust ze met dank:
"Dank U, van mij en van mijn moeder!"
Er komen meer zieke mensen: een kind met verlamde benen.
Jezus neemt het in Zijn armen, streelt het, zet het op de grond... en laat het los.
En het kind valt niet, maar het rent naar zijn moeder,
die hem huilend aan haar hart ontvangt
en met luide stem de "Heilige van Israël" zegent.
Er komt een blinde oude man, geleid door zijn dochter.
Ook hij wordt genezen, door het strelen van zijn zieke oogkassen.
De menigte is in rep en roer van de zegeningen.
Jezus vervolgt glimlachend Zijn weg
en hoewel hij lang is, zou hij zich niet door de menigte heen kunnen snijden
als Petrus, Jakobus, Andreas en Johannes niet royaal met hun ellebogen werkten
en vanuit hun hoek een doorgang naar Jezus openden
en hem dan beschermden tot Hij het plein opging,
waar het nu niet langer zonnig is.
Het visioen eindigt aldus.'
Reacties
Een reactie posten