op de ruïnes van hospita's huis
74.6
Maria Valtorta:
'Jezus bukt zich om zachtjes tegen Judas te praten.
"Mijn vriend wil graag naar die ruïnes," zegt Judas.
"Laat Hem maar gaan! Ze zijn van iedereen!"
Ze gaan naar beneden. Ze zeggen dag. Ze vertrekken.
De herbergier is teleurgesteld. Misschien hoopte hij op een fooi.
Ze steken het plein over, beklimmen de over-gebleven buitentrap.
"Van hieruit," zegt Jezus, "liet Mijn Moeder Mij de Magiërs groeten
en van hieruit gingen we naar beneden, om naar Egypte te gaan."
Sommige mensen kijken naar de vier op de ruïnes.
Ze vragen: "Familieleden van de vermoorde vrouw?"
"Vrienden."
Een vrouw schreeuwt: "Doe de dode vrouw geen pijn, tenminste jullie niet,
zoals haar andere vrienden de levende deden, waarna ze in veiligheid vluchtten."
Jezus staat rechtop op het balkon, tegen de lage muur die het begrenst,
dus ongeveer twee meter hoog boven het plein, met een leegte achter hem.
Een zonne-leegte, die Hem helemaal tot leven brengt
en het zuiver-witte linnen gewaad dat Hem bedekt nog witter maakt,
nu de mantel van Zijn schouders is gegleden
en als een veelkleurige basis aan Zijn voeten ligt.
Daarachter nog de groene en rommelige achtergrond
van Anna's moestuin en veld, nu overwoekerd
en bezaaid met puin.'
Reacties
Een reactie posten