terug in Nazareth 2
57.2
Maria Valtorta:
'Zo komen ze thuis.
En Maria staat al voor de deur,
gewaarschuwd door een attente jongen.
"Mijn zoon!"
"Mama!"
De twee vallen in elkaars armen.
Maria, veel kleiner dan Jezus, heeft haar hoofd rustend op de borst van haar Zoon,
en is ingesloten in de cirkel van Zijn armen.
Hij kust haar blonde haar.
Ze gaan het huis binnen.
De discipelen, inclusief Judas T., blijven buiten
om de twee vrij te laten in hun eerste uiteenzettingen.
"Jezus! O mijn Zoon!"
Maria's stem trilt, als bij iemand met tranen in de keel.
"Waarom toch, mama?"
"O Zoon! Ze hebben mij gezegd... in de Tempel waren enkele Galileeërs, enkele Nazareners, die dag... zij zijn teruggekeerd... en ze vertelden... O Zoon!..."
"Maar je ziet het, mama! Met Mij gaat het goed. Geen enkel kwaad is Me overkomen. Er is alleen maar Glorie gekomen tot God, in Zijn Huis!"
"Ja. Ik weet het, Zoon van m'n hart. Ik weet dat het was als de trompet die de slapers wakker roept. En ter ere van God, ben ik blij... blij, dat dit volk van mij wakker wordt voor God... ik maak Jou geen verwijt... ik hinder je niet... ik begrijp je... en... en ik ben gelukkig... maar ik heb jou voortgebracht, ik, mijn Zoon..."
Maria bevindt zich nog steeds temidden van de armen van Jezus
en heeft gesproken, met haar kleine handen open en rustend op de borst van haar Zoon,
met haar hoofd naar Hem toe gericht, haar ogen helderder door de tranen klaar om te vallen,
en nu is ze stil, terwijl ze haar hoofd op Zijn borst laat rusten.
Ze lijkt op een klein grijs duifje, al gekleed in het grijs als ze is,
tussen de beschutting van twee sterke witte vleugels,
omdat Jezus nog steeds zijn wit gewaad
en de witte mantel aan heeft.
"Mama! Arme mama! Lieve mama!..."
Jezus kust haar opnieuw.'
Reacties
Een reactie posten