terug in Nazareth 1
LVI
NAZARETH MET JUDAS T.
en ZES ANDERE DISCIPELEN
57.1
Maria Valtorta:
'Jezus arriveert met zijn neef
en de zes discipelen bij Nazareth.
Vanaf de top van de heuvel waar ze zich bevinden, kun je de stad zien, wit tussen het groen,
op en neer gaand over de hellingen waarop het is gebouwd, een zachte golving van hellingen,
de ene nauwelijks merkbaar, de andere meer uitgesproken.
"We zijn gearriveerd, vrienden. Daar staat Mijn huis.
Mijn moeder is aanwezig binnen, want er stijgt rook uit het huis. Misschien maakt zij brood.
Ik zeg niet tegen jullie: "Blijf", omdat Ik denk dat je graag naar huis wilt.
Maar als jullie met Mij het brood willen breken en Haar willlen leren kennen
die Johannes al kent, dan zeg Ik jullie: "Kom!".
De zes, die al verdrietig waren over de aanstaande scheiding,
keren allemaal blij terug en accepteren het aanbod hartelijk.
"Laten we dan gaan!"
Ze gaan snel de heuvel af en nemen de hoofdweg.
Het is tegen de avond. Het is nog steeds warm,
maar de schaduwen vallen al op het platteland
waar de gewassen de neiging hebben te rijpen.
Ze komen de stad binnen.
Vrouwen komen van en gaan naar de bron,
mannen, op de drempel van kleine werkplaatsen of in hun tuinen,
begroeten Jezus en Judas. En kinderen verdringen zich dan rond Jezus.
"Ben Jij terug?"
"Blijf Je nu hier?"
"Mijn karrenwiel is weeral kapot gegaan!"
"Weet Je, Jezus? Er werd een zusje bij mij geboren, en ze noemden haar Maria!"
"De meester vertelde mij dat ik alles weet, en dat ik een waar kind van de Wet ben!"
"Sara is er niet, want haar moeder is erg ziek. Ze huilt, omdat ze bang is."
"Mijn broer Isaac is getrouwd, er was een groot feest!"
Jezus luistert, streelt, prijst,
belooft hulp.'
Reacties
Een reactie posten