Thomas' doorzetting
54.8-9
Maria Valtorta:
'Er wordt op de deur geklopt.
Het is Thomas weer. Hij komt binnen en werpt zich aan de voeten van Jezus.
"Meester... ik kan niet wachten op Uw terugkeer [met Pinksteren].
Laat mij bij U blijven. Ik zit vol gebreken, maar ik heb deze liefde,
enig, groot, waar, mijn schat. Ze is de Uwe, ze is voor U.
Laat mij, Meester..."
Jezus legt Zijn hand op z'n hoofd.
"Blijf, Didymus. Volg mij.
Gezegend zijn zij die oprecht en vasthoudend zijn in het willen.
Jullie gezegenden. Meer dan familieleden zijn jullie voor Mij,
omdat jullie Mijn zonen en broers zijn,
niet volgens het bloed dat sterft,
maar volgens de Wil van God
en júllie spirituele wil.
Nu zeg Ik
dat Ik geen nauwere verwant heb
dan hij die de Wil van Mijn Vader doet,
en jullie doen die, want jullie willen het goede."
Het visioen eindigt aldus.
Het is vier uur 's middags
en de schaduwen van slaperigheid vallen al op mij,
waarvan ik denk dat ze gewelddadig zullen zijn,
een logisch gevolg van het pijnlijke uur van gisteren...
Maar zelfs op 24 oktober was ik erg ziek.
Zo erg zelfs dat ik,
toen het visioen eenmaal voorbij was,
geschreven met hoofdpijn door meningitis,
niet de moed had om eraan toe te voegen...
dat ik Jezus eindelijk gekleed zag...
zoals Hij aan mij verschijnt als Hij helemaal voor mij is,
in een zacht wit wollen gewaad dat net naar ivoor neigt, en met dezelfde mantel:
de mantel die hij droeg tijdens zijn eerste manifestatie in Jeruzalem als de Messias.'
Reacties
Een reactie posten