vaders in de weg
56.3
Maria Valtorta:
"Ben je altijd bij Hem geweest?"
"Altijd. Sinds hun terugkeer naar Nazareth, was hij een goede metgezel voor mij. Altijd samen, wij. Wij zijn even oud, ik ben iets ouder. En later was ik de favoriet van Zijn vader, de broer van de mijne. Ook Zijn Moeder hield heel veel van mij. Ik ben meer met haar opgegroeid dan met mijn eigen moeder."
"Hij hield van je... houdt Hij nu niet meer op dezelfde manier van jou?"
"Oh! Jawel! Maar we zijn een beetje verdeeld geraakt, sinds Hij profeet werd. Mijn familieleden houden daar niet van."
"Welke familieleden?"
"Mijn vader en de twee oudsten. Mijn andere broer aarzelt... Mijn vader is heel oud, en ik had het hart niet om hem pijn te doen. Maar nu... niet langer. Nu ga ik waarheen mijn hart en geest mij aantrekken. Ik ga naar Jezus. Ik denk niet dat ik de Wet overtreed door dit te doen.
Maar ja... als wat ik wil doen niet goed zou zijn, dan zou Jezus het mij vertellen. Ik zal doen wat Hij zegt. Is het toegestaan voor een vader om het welzijn van zijn zoon te belemmeren? Als ik het gevoel heb dat daar heil te vinden is, waarom zou ik mij dan ervan weerhouden dat te hebben? Waarom zijn vaders soms onze vijanden?"
Simon zucht, alsof het verdrietige herinneringen oproept.
En hij buigt het hoofd, maar zegt niets.
In plaats daarvan antwoordt Thomas: "Ik heb het obstakel al overwonnen. Mijn vader hoorde mij en begreep mij. Hij zegende mij door te zeggen: 'Ga! Moge deze Pasen voor jou de bevrijding zijn van de slavernij van het wachten. Gelukkig ben je, omdat je kunt geloven. Ik wacht. Maar als Hij het werkelijk is, en je zult het beseffen door Hem te volgen, kom dan naar je oude vader en zeg hem: 'Kom. Israël heeft het verwachte!'"
"Jij hebt meer geluk dan ik. En dan te bedenken dat we náást Hem leefden!... En wij, het gezin, geloven het niet!... En wij zeggen, of liever, zij zeggen: 'Hij is gek geworden!'"'
Reacties
Een reactie posten