Alfeüs kreeg hulp van Abraham en Maria
105.3
Maria Valtorta:
'Jezus staat nu op de drempel van de keuken.
Daarbinnen, bij de haard, is Maria van Alfeüs, kokend en huilend.
In een hoek zitten Simon en Jozef, met andere mannen, in een groepje.
Onder de mannen bevindt zich Alfeüs van Sara.
Ze zitten er zwijgend als standbeelden.
Is dat gebruikelijk?
Ik weet het niet.
"Vrede zij met dit huis, en vrede met de geest die het verlaten heeft."
De weduwe heeft een schreeuw, en met een instinctieve beweging om Jezus af te wijzen,
plaats ze zichzelf tussen Hem en de anderen.
Simon en Jozef staan op, somber en verbijsterd.
Maar Jezus doet alsof Hij hun vijandige houding niet opmerkt.
Hij gaat naar de twee mannen
– Simon is al vijftig jaar oud en misschien wel ouder, afgaande op zijn uiterlijk –
en strekt Zijn handen naar hen uit in een liefdevolle uitnodiging.
De twee zijn meer dan ooit in verwarring.
Maar ze durven geen slechte daad te plegen.
Alfeüs van Sara is zichtbaar angstig en lijdt.
De andere mannen zijn stil en wachten op een teken.
"Simon, jij bent nu het hoofd van de familie,
waarom heet je Mij niet welkom? Ik kom met je mee huilen.
Wat had Ik graag bij jullie willen zijn in je verdriet!
Maar het was niet Mijn schuld dat Ik er niet was.
Wees rechtvaardig, Simon.
Dan moet je dit zeggen."
De man blijft terughoudend.
"En jij, Jozef, met de naam die Mij dierbaar is, waarom verwelkom je Mijn kus niet?
Staan jullie Me niet toe om met je mee te huilen? De dood is een strik
voor ware genegenheid. En wij hielden van elkaar.
Waarom moet er nu verdeeldheid zijn?"
"Door Jou stierf onze vader in toorn," zegt Jozef streng.
En Simon: "Jij had moeten blijven, Je wist dat hij stervende was.
Waarom ben Je niet gebleven? Hij wilde Jou..."
"Ik had niet meer voor hem kunnen doen dan Ik gedaan heb.
En jullie weten dat..."
Simon, eerlijker, zegt: "Dat is waar.
Ik weet dat Je kwam en dat hij Je eruit heeft gegooid.
Maar hij was ziek en bedroefd."
"Ik weet het en Ik heb het al aan je moeder en je broers verteld:
'Ik heb geen wrok, want Ik begrijp zijn hart.'
Maar boven alles staat God.
En God wilde deze pijn voor elk van ons.
Voor Mij, die, geloof Me, eronder heb geleden alsof het een verscheuring van levend vlees was.
Voor jullie vader, die in deze pijn een grote waarheid heeft begrepen
die hem heel zijn leven verborgen was gebleven.
Voor jullie, die door dit lijden de middelen hebben
om een heilzamer offer te brengen dan dat van een geofferde stier.
En voor Jakobus en Judas, die nu niet minder gevormd zijn dan jij, Mijn Simon,
omdat zoveel pijn (voor hen is het de grootste last, die drukt als een molensteen)
hen volwassen heeft gemaakt, en van volmaakte leeftijd in de ogen van God."
"Welke waarheid heeft vader ingezien?
Slechts één: dat zijn eigen bloed, in het laatste uur, zijn vijand was!"
reageert Jozef reageert scherp.
"Nee. Dat er méér is dan het bloed: de geest!
Hij had Abrahams pijn begrepen [m.b.t. offeren Isaak]
en daarom had hij Abraham om hem te helpen!"
antwoordt Jezus.
"Als dat waar zou zijn! Maar wie verzekert dat?"
"Ik, Simon. En, belangrijker nog dan Ik, de dood van je vader!
Heeft hij Mij niet gezocht?... Jij hebt het zelf gezegd."
"Ik heb het gezegd. Dat is waar.
Hij wilde Jezus. En hij zei:
'Tenminste mijn geest niet dood! Hij kan het doen...
Ik heb Hem afgewezen en Hij zal nooit meer terugkomen.
Oh! dood zonder Jezus! Wat ben je toch een verschrikking!
Waarom heb ik Hem eruit gegooid?'...
Ja, dat zei hij.
En hij zei ook nog:
'Hij heeft me zo vaak gevraagd: Moet ik gaan?...
en ik heb Hem weggestuurd!... Nu komt hij niet meer.'
Hij wilde jou, hij wilde jou!
Je Moeder heeft opdracht gegeven om Je te zoeken,
maar ze hebben Jou in Kafarnaüm niet gevonden.
Hij huilde zo erg, dat hij met zijn laatste kracht de hand van je Moeder vastpakte
en haar dicht bij zich wilde hebben. Hij kon nog nauwelijks praten. Maar hij zei:
'De Moeder lijkt een beetje op de Zoon. Ik houd de Moeder vast
om iets van Hem te hebben, omdat ik bang ben voor de dood.'
Arme vader!"'
Reacties
Een reactie posten