apostelen zullen allen tot marteldood in staat zijn
103.2
Maria Valtorta:
'Jezus, die hen onder elkaar had laten praten, komt tussenbeide:
"Binnenkort zullen er op elk punt van de bekende aarde evenveel heiligen zijn als bloemen op een weide in april, die graag sterven voor deze eerlijkheid tegenover de Genade en uit liefde voor God!"
"Echt? Oh! Wat zou ik deze heiligen graag willen begroeten en tegen hen zeggen: 'Bid voor de arme Simon van Jona!'" zegt Petrus.
Jezus kijkt hem strak aan en glimlacht.
"Waarom kijk Je zo naar mij?"
"Omdat je hen zult zien als hun assistent
en hen zult zien wanneer ze jou assisteren."
"Waarin, Heer?"
"In het worden van de Steen, geconsacreerd door het Offer,
waarop Mijn Getuigenis zal gevierd en gebouwd worden."
"Ik begrijp Je niet".
"Je zult het begrijpen."
De andere discipelen,
die dichterbij gekomen zijn en het hoorden,
fluisteren onder elkaar.
Jezus draait zich om en zegt:
"Ik verzeker jullie: jullie zullen allen worden beproefd met de een of andere marteling.
Voor nu gaat het om het opgeven van comfort, genegenheden en materieel gewin.
Daarna zal het om steeds grotere offers gaan, tot en met het sublieme/verhevene
dat jullie zal kronen met een onsterfelijk diadeem.
Wees trouw. Maar dat zullen jullie allen zijn.
En je zult het krijgen."
"Zullen de Joden ons doden, het Sanhedrin misschien, uit liefde voor U?"
"Jeruzalem wast de drempels van zijn Tempel met het bloed van zijn profeten en heiligen.
Maar de wereld wacht ook om gewassen te worden...
Er zijn tempels en tempels van afschuwelijke goden.
In de toekomst zullen zij tempels van de ware God zijn,
en de melaatsheid van het heidendom zal gereinigd worden
met het wijwater gemaakt van het bloed van de martelaren."
"Oh! God Almachtig! Heer! Meester! Ik ben zoveel niet waard!
Ik ben zwak! Bang voor het kwaad! Oh! Heer!...
Stuur Je nutteloze dienaar weg, of geef mij Jouw kracht.
Ik wil Jou niet in een kwaad daglicht stellen, Meester, met mijn lafheid."
Petrus heeft zich aan de voeten van de Meester geworpen
en smeekt Hem met heel zijn hart.
"Sta op, Mijn Petrus. Wees niet bang. Je hebt nog een lange weg te gaan...
en er komt een moment dat je niets liever zult willen dan de laatste beproeving volbrengen.
En dan zul je alles hebben, van de Hemel en van jezelf.
Ik zal met bewondering naar je kijken."
"Jij zegt het... en ik geloof het.
Maar ik ben zo'n arme man!"'
Reacties
Een reactie posten