bij echt berouw, geen zonde te groot
96.4
Maria Valtorta:
'"Hoevelen, oh! hoevelen...
van hen die het water van de Jordaan zijn ingegaan
om het gebod van de Voorloper te gehoorzamen,
kwamen er niet zo schoon uit als zij!
Omdat hun doop geen vrijwillige, bewuste en oprechte daad was
van een geest die zich wilde voorbereiden op Mijn komst.
Maar alleen een vorm/formaliteit/uiterlijk vertoon
om in de ogen van de wereld volmaakt en heilig te lijken.
Het waren dus hypocrisie en trots.
Twee zonden die de stapel al bestaande zonden in hun hart
alleen maar groter maakten.
De doop van Johannes is slechts een symbool. Hij wil jullie vertellen:
'Reinig jezelf van je hoogmoed, door jezelf te vernederen en jezelf zondaars te noemen;
reinig je van je begeerten/lusten, door het schuim ervan af te wassen.'
Maar het is de ziel die, door jullie wil, gedoopt moet worden,
om rein te zijn voor het feestmaal van God.
Er is geen zonde zo groot dat ze niet
- eerst door berouw, vervolgens door genade, en ten slotte door de Verlosser -
kan worden weggewassen.
Er is geen zondaar zo groot dat hij niet
zijn gevallen gezicht kan opheffen
en kan glimlachen bij de hoop op verlossing.
Het is voldoende dat hij volledig afstand doet van de zonde,
heldhaftig is in het weerstaan van verleiding,
oprecht in de wil om herboren te worden."'
Reacties
Een reactie posten