zieke Alfeüs raast als een gek, Jezus grijpt in


100.4

Maria Valtorta:

'Jezus loopt snel.

Hij is al bij de grens van de moestuin van Alfeüs.

Het gehuil van een vrouw en het onsamenhangende gebrul van een man bereiken Hem.

Jezus loopt de paar meter die de straat van het huis scheiden nog sneller, dwars door de groene tuin.

Hij staat bijna op de drempel van het huis, als Zijn Moeder naar buiten kijkt en haar zoon ziet.

"Mama!"

"Jezus!"

Twee uitroepen vol liefde.


Jezus wil binnenkomen, maar Maria zegt: "Nee, Zoon."

En ze staat op de drempel met haar armen open, haar handen vastgeklemd aan de deurposten,

een barrière van vlees en liefde, en ze herhaalt: "Nee, Zoon! Doe het niet!"

"Laat maar, mam. Er zal niets gebeuren!"


Jezus is heel kalm,

ook al verontrust de opvallende bleekheid van Maria Hem.

Hij pakt haar slanke polsen, tilt haar handen van de deurpost en loopt voorbij.


In de keuken liggen de eieren, de druiventrossen en de pot honing die ze uit Kana hebben meegebracht, 

verspreid over de vloer, vermalen tot een slijmerige substantie.


Vanuit een andere kamer klinkt de klagende stem van een oude man

die vloekt, beschuldigt en klaagt, in een van die seniele woedeaanvallen

die zo onrechtvaardig, machteloos, pijnlijk zijn om aan te zien

en pijnlijk om te verdragen:


"...zie mijn huis verwoest, het mikpunt van spot geworden voor heel Nazareth!

En zie mij hier, alleen, zonder hulp, getroffen in mijn hart, in de eerbied, in mijn noden!...

Dit is wat er overblijft voor jou, Alfeüs, omdat je altijd als een ware gelovige hebt gehandeld!

En waarom? Waarom? Voor een gek! Een gek die ook mijn stomme kinderen gek maakt!

Au! Au! Wat een pijn!"


En de stem van Maria van Alfeüs, vol tranen, smeekt:

"Goed, Alfeüs, goed! Merk je dat je jezelf pijn doet?

Kom, laat mij je helpen om te gaan liggen...

Altijd goed jij, altijd rechtschapen...

Waarom ben je nu zo met jezelf?

Met mij? Met die arme kinderen?..."


"Nietes! Nietes! Raak me niet aan! Ik wil het niet!

Zijn de kinderen goed? Ah! Ja! Echt? Twee ondankbare mannen!

Ze brengen me honing, nadat ze me vol hebben gestopt met absint [bitterheid].

Ze brengen mij eieren en fruit, nadat ze mijn hart hebben gevreten!

Ga weg, zeg ik je. Ga! Ik wil je niet. Ik wil Maria. Zij weet hoe het moet.

Waar is ze nu, die zwakke vrouw, die haar Zoon niet kan dwingen haar te gehoorzamen?"


Maria van Alfeüs wordt weggejaagd en komt de keuke binnen

terwijl Jezus op het punt staat de kamer van Alfeüs binnen te gaan.

Ze ziet hem en valt hem vertwijfeld om de hals, snikkend van wanhoop,

terwijl Maria, de Heilige Maagd, nederig en geduldig naar de boze oude man toegaat.


"Huil niet, tante. Nu ga Ik."

"Nee! Laat Jou niet beledigen! Hij lijkt wel gek geworden. Hij heeft een stok!

Nee, Jezus, nee. Hij heeft zijn zonen ook geslagen."


"Hij zal Mij niets doen!"

en Jezus duwt zijn tante vastberaden, maar toch zachtjes, opzij

en gaat naarbinnen.'


7 feb.1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken