Jozef van Arimathea wil Jezus ontmoeten
CXIII
OPNIEUW IN BETHANIË
NA HET LOOFHUTTENFEEST
113.2-3
Maria Valtorta:
'Jezus is opnieuw bij Lazarus.
Uit wat ik hoor, begrijp ik dat het Loofhuttenfeest al heeft plaatsgevonden
en dat Jezus op aandringen van zijn vriend, die nooit van Jezus gescheiden zou willen zijn,
naar Bethanië terugkeerde.
Ik begrijp eveneens dat Jezus bij Lazarus is met alleen Simon en Johannes,
terwijl de anderen verspreid zijn over de omgeving.
En tenslotte begrijp ik dat er een groep vrienden bijeen is geweest,
die nog steeds trouw bleven aan Lazarus, en door hem waren uitgenodigd
om hen met Jezus kennis te laten maken.
Ik begrijp dit alles omdat Lazarus de morele eigenschappen
van ieder van hen nog even illustreert.
Zo spreekt hij over Jozef van Arimathea:
Hij noemt hem "een rechtschapen man en een ware Israëliet".
Hij zegt: "Hij durft het niet te zeggen - omdat hij bang is
voor het Sanhedrin waarvan hij lid is en dat U al haat -
maar hij hoopt op U, die door de profeten is voorzegd.
UIt zichzelf vroeg hij mij om te mogen komen
om U te ontmoeten en U zelf te kunnen beoordelen,
want wat Uw vijanden over U zeiden, leek hem niet juist...
Zelfs uit Galilea zijn Farizeeën gekomen om U van zonde te beschuldigen.
Maar Jozef oordeelde aldus: 'Wie wonderen doet, heeft God met zich.
Wie God heeft, kan niet in zonde zijn. Maar integendeel,
hij kan niet anders zijn dan iemand van wie God houdt.'
En hij wil U graag in Arimathea, in zijn huis, ontvangen.
Hij zei dat ik het U moest vertellen.
En ik smeek U, verhoor zijn en mijn bede!"
"Ik ben gekomen voor de armen
en voor hen die lijden naar lichaam en ziel,
en niet voor de machtigen die in Mij alleen maar een voorwerp van belangstelling zien.
Maar Ik ga naar Jozef. Ik ben niet vooringenomen tegen de machtigen.
Een discipel van Mij – die die uit nieuwsgierigheid en gewichtigheid, die hij voor zichzelf opeist, zonder Mijn bevel naar u toe kwam... maar hij is jong en moet worden beklaagd – kan getuigen van Mijn respect voor de machtige kasten die zichzelf uitroepen tot 'bewakers van de Wet' en, zo doen zij daarmee verstaan, ondersteuners van de Almachtige... Oh! moge de Eeuwige alleen door Zichzelf Zichzelf in stand houden!... Geen enkele geleerde heeft ooit zoveel respect gehad als Ik voor de functionarissen van de Tempel."
"Ik weet het. En velen, velen weten dit... Maar alleen de besten geven deze daad de juiste naam. De anderen... noemen het 'hypocrisie'.
"Ieder geeft wat hij in zich heeft, Lazarus."
"Dat is waar. Maar ga naar Jozef!
Hij wil U graag volgende zaterdag."
"En ik zal gaan. Je kunt het hem laten weten."'
Reacties
Een reactie posten