Lazarus ingelicht over Jezus' terugtrekking
117.2
Maria Valtorta:
'De eerste die uit het huis van Lazarus komt,
is een vrouw, die zich tot de grond buigt en zegt:
"Een fijne dag voor het huis van mijn meesteres.
Kom, Meester, hier is Maximinus en daar, bij de poort, is Lazarus al!"
Haastig komt Maximinus naderbij.
Ik weet niet precies wie deze man is.
Ik heb de indruk dat hij of een minder rijke verwant is,
die door de kinderen van Theophilus [Lazarus' vader] werd gehuisvest,
of een rentmeester van hun grote bezittingen, echter behandeld als een vriend
op grond van zijn verdiensten en zijn jarenlange dienst in de familie.
Misschien is hij ook de zoon van een rentmeester van Theophilus,
die dan diens positie heeft gekregen bij zijn kinderen...
Hij is iets ouder dan Lazarus,
d.w.z. dat hij ongeveer vijfendertig zal zijn, iets ouder.
"Wij hadden niet verwacht dat U er zo snel zou zijn," zegt hij.
"Ik vraag onderdak voor één nacht."
"Mocht het voor altijd zijn, U zou ons gelukkig maken."
Ze staan op de drempel
en Lazarus kust en omhelst Jezus, en begroet de discipelen.
Vervolgens gaat hij, met zijn arm om Jezus' middel geslagen, met Hem de tuin in,
zondert zich af van de anderen en vraagt onmiddellijk:
"Waaraan dank ik het geluk Jou bij mij te hebben?"
"Aan de haat van het Sanhedrin."
"Hebben ze Jou kwaad gedaan? Alweer?"
"Nee. Maar ze willen het gaan doen. En het is niet het juiste moment.
Tot Ik heel Palestina heb omgeploegd en het zaad heb uitgestrooid,
mag Ik niet worden neergeslagen."
"Ook Jij moet Je oogst binnenhalen, goede Meester. Het is billijk dat het zo is."
"Mijn vrienden zullen Mijn oogst binnenhalen.
Zij zullen de sikkel slaan, waar Ik heb gezaaid."
Reacties
Een reactie posten