rijke Jozef verwelkomt Jezus in bosrijke tuin


114.2

Maria Valtorta:

'Als het huis van Jozef in zicht komt,

kijk, dan verschijnt er een dienaar, die na een diepe buiging vraagt:

"Bent U de verwachte Rabbi?"

"Dat ben Ik," antwoordt Jezus.


De man groet diep en rent weg om zijn meester te waarschuwen.

En jawel, nog voordat Jezus de rand van het huis bereikt

– geheel omgeven door een hoge, groenblijvende haag,

die hier de hoge muur van het huis van Lazarus vervangt, en het woonhuis isoleert van de weg,

zonder echter iets anders te zijn dan een voortzetting van de zeer bosrijke tuin,

die nu evenwel zeer kaal is, rondom het huis –

komt Jozef van Arimathea, gekleed in een loszittende gewaad met franjes, al op Jezus af

en maakt een diepe buiging, met de armen voor zijn borst over elkaar geslagen.


Het is niet de nederige groet van iemand die in Jezus de vleesgeworden God herkent

en zichzelf vernedert door op de grond te knielen en de voeten of de zoom van het kleed te kussen, 

maar het is nog altijd een zeer respectvolle begroeting.

Ook Jezus buigt en spreekt dan Zijn vredesgroet uit.


"Kom binnen, Meester!

U hebt mij blij gemaakt door de uitnodiging te accepteren.

Ik had niet verwacht dat U zo inschikkelijk zou zijn."


"Waarom? Ik ga toch ook naar Lazarus en..."

"Lazarus is Uw vriend... ik ben een vreemde."

"U bent een ziel op zoek naar de Waarheid.

Daarom verwerpt de Waarheid u niet."


"Bent U de Waarheid?"

"Ik ben de Weg, het Leven en de Waarheid.

Wie van Mij houdt en Mij volgt zal de zekere Weg

en het gezegende Leven in zich hebben, en zal God kennen,

omdat God Waarheid is, net als Liefde en Rechtvaardigheid."


"U bent een geweldige geleerde.

Elk woord dat U zegt, ademt wijsheid!"



Dan wendt hij zich tot Simon:

"Ik ben blij dat ook jij, na zo'n lange afwezigheid, weer terugkeert in mijn huis."


"Het was niet uit vrije wil dat ik afwezig was. Je weet welk lot mij is overkomen

en hoeveel er gehuild is in het leven van de kleine Simon, van wie je vader zoveel hield."


"Ik weet het. En ik denk dat je wel weet

dat ik nooit een woord negatiefs over je heb gezegd."


"Ik weet alles. Mijn trouwe dienaar vertelde mij

dat ik het ook aan jou te danken heb dat mijn eigendom werd geëerbiedigd.

Moge God het jou vergelden!"


"Ik maakte deel uit van het Sanhedrin en heb die positie benut

om op rechtvaardige wijze een vriend van mijn huis te helpen."


"Ik had vele vrienden, en ook vele in het Sanhedrin.

Maar ze waren niet zo rechtschapen als jij..."




"En wie is dit?

Hij is me niet onbekend... maar ik weet niet waar..."

"Ik ben Thomas, ook wel Didymus genoemd..."


"Ah! Kijk! Leeft je oude vader nog?

"Hij leeft nog. In zijn goudsmidse, met mijn broers.

Ik heb hem verlaten voor de Meester. Maar hij is er blij mee."


"Hij is een ware Israëliet!

En omdat hij tot het geloof is gekomen dat Jezus van Nazareth de Messias is,

kan hij niet anders dan blij zijn dat zijn zoon tot zijn favorieten behoort."'


21 feb.1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken