Jezus drijft demon uit bij 'gekke' Romein
129.3
Maria Valtorta:
'"Breng de zieke dichter bij Mij!"
Met geschreeuw en geworstel slepen ze hem daarheen.
"Zie je? U noemt hem gek.
U zegt dat geen enkele dokter hem kon genezen.
Dat is waar. Geen dokter, want hij is niet gek.
Maar er is iemand uit de onderwereld - zo benoem Ik het voor u, een heiden - in hem gekomen."
"Maar hij heeft niet de geest van de python. Eigenlijk zegt hij alleen maar fouten"...
"Wij noemen het 'demon', niet python.
Er is een sprekende, en er is een stomme.
Een die bedriegt met argumenten doorspekt met waarheid,
en een die louter mentale wanorde is.
De eerste van de twee is de meest complete en gevaarlijke.
Uw broer heeft de tweede.
Maar nu zal hij uit hem gaan."
"Hoe?"
"Hij zal het je zelf vertellen."
Jezus beveelt:
"Laat die man met rust! Keer terug naar je afgrond."
"Ik ga. Tegen U is mijn macht te zwak.
Gij jaagt mij weg en maakt mij gek.
Waarom wint Ge altijd?..."
De geest sprak door de mond van de man,
die vervolgens uitgeput in elkaar zakte.
"Hij is genezen. Maak hem los, zonder angst."
"Genezen? Weet U het zeker? Maar... Maar ik aanbid U!"
De Romein staat op het punt zich neer te werpen.
Maar dat wil Jezus niet.
"Verhef je geest. In de hemel is God.
Aanbid Hem en ga naar Hem toe.
Vaarwel."
"Nee. Niet op die manier. Neem dan dit van mij aan.
Sta mij toe U te behandelen als de priesters van Asclepius.
Sta mij toe U te horen spreken...
Sta mij toe over U te spreken in mijn vaderland..."
"Doe dat maar. En breng je broer mee."
Wiens broer verbaasd om zich heen kijkt en vraagt:
"Maar waar ben ik? Dit is Kition niet! Waar is de zee?
"Jij was..."
Jezus maakt een teken om stilte af te dwingen en zegt:
"U had hoge koorts, en ze hebben u naar een ander klimaat gebracht.
Het gaat nu beter met u. Kom."
Ze gaan allemaal...
– en niet allemaal even ontroerd,
want er zijn mensen die de genezingen van de heidenen bewonderen
en mensen die ze bekritiseren –
de grote kamer binnen.'
Reacties
Een reactie posten