gesluierde is aangevallen en weggevlucht
CXXXVII
TERUG NAAR AQUA SPECIOSA
-BOTSING MET FARIZEEËN DIE DE GESLUIERDE
AANVIELEN en WEGJOEGEN-
137.1
Maria Valtorta:
'Jezus trekt met zijn apostelen door de vlakke velden van Aqua Sp. Het is een regenachtige dag en de plek is verlaten. Het moet ergens rond het middaguur zijn, want het zonnestraaltje dat af en toe achter het grijze wolkengordijn tevoorschijn komt, daalt loodrecht naar beneden.
Jezus spreekt met Iskariot, die Hij de opdracht geeft om naar het dorp te gaan, om de meest dringende boodschappen te doen. Als hij alleen is, komt Andreas bij Hem staan en zegt zachtjes, nog steeds verlegen: "Kun Je naar mij luisteren, Meester?"
"Ja. Kom met Mij mee, verderop," en Hij versnelt Zijn pas, gevolgd door de apostel, en verwijdert Zich enkele meters van de anderen.
"Die vrouw is er niet meer, Meester!" zegt Andreas verdrietig. En hij legt uit: "Ze hebben haar geslagen en ze is weggerend. Ze was gewond en bloedde. De boer zag haar. Ik zei hem dat ik zou kijken of er valkuilen gemaakt waren, maar dat ik dat wilde doen omdat ik meteen naar haar toe wilde. Ik hoopte zo dat ik haar tot het Licht kon brengen! Ik heb hier de laatste dagen zo veel voor gebeden!...
Nu is ze gevlucht! Ze zal verloren gaan. Als ik wist waar ze was, zou ik haar inhalen... Ik zou dit niet tegen de anderen zeggen, maar tegen Jou wel, omdat Jij mij begrijpt. Je weet dat er geen zinnelijkheid zit in dit zoeken, maar alleen verlangen – oh! zo groot dat het een kwelling is – om mijn zus te redden..."
"Ik weet het, Andreas, en Ik zeg jou: hoe het ook zij, je verlangen zal uitkomen. Een gebed dat op deze manier wordt uitgesproken, gaat nooit verloren. God gebruikt het en zij zal worden gered!"
"Zeg Jij dat? Oh! mijn pijn wordt zoeter!"'
Reacties
Een reactie posten