Jezus wijst Judas op belang van orde en wilskracht


139.2

Maria Valtorta:

'"Wie ben ik, mijn Heer? Zeg het.

Help mij begrijpen wie ik ben. Ik begrijp mezelf niet.

Ik voel me als een vrouw die lijdt aan een verlangen naar zwangerschap.

Ik heb heilige en perverse verlangens. Waarom?

Wie ben ik?"


Jezus kijkt hem aan met een onbeschrijfelijke blik.

Hij is verdrietig, maar met 'n verdriet dat gepaard gaat met medelijden.

Heel veel medelijden.


Hij ziet eruit als een dokter die de toestand van een zieke opmerkt

en weet dat het een zieke is die niet genezen kan worden...

Maar Hij spreekt niet.


"Zeg het, mijn Meester.

Jouw oordeel over de arme Judas zal altijd het minst strenge zijn.

En dan... we zijn onder broeders.

Het kan me niet schelen of ze weten waar ik van gemaakt ben.

Integendeel, als zij het van Jou horen, zullen zij hun oordeel verbeteren en mij helpen.

Is het niet?"


De anderen schamen zich en weten niet wat ze moeten zeggen.

Ze kijken naar hun metgezel, ze kijken naar Jezus.


Jezus trekt Iskariot naar zich toe,

naar waar zijn neef Jakobus eerder was, en zegt:



"Jij bent gewoon een rommeltje.

Je hebt al het beste in je. Maar je hebt ze niet goed verankerd.

En het minste zuchtje wind brengt ze in de war.


We zijn kortgeleden door die kloof gegaan

en ze lieten ons de schade zien die het water, de aarde en de planten

aan de arme huizen van dat kleine dorpje hadden toegebracht.

Water, aarde en planten zijn nuttige en gezegende dingen, toch?

En toch werden ze daar vervloekt. Waarom?

Omdat het water van de beek niet geordend stroomde, maar zich, ook door de luiheid van de mens, afhankelijk van zijn grillen, steeds meer beddingen  had gegraven.

Dat was leuk, zolang er geen stormen waren. Toen leek het wel het werk van een juwelier, dat heldere water dat in kleine stroompjes over de berg stroomde, als diamanten- of smaragdenkettingen, al naargelang ze het licht of de schaduw van het bos weerkaatsten. En de mens genoot ervan, omdat ze nuttig waren, die kabbelende wateraders, voor zijn kleine velden.

En al even mooi waren de planten die, door de wind, her en der in grillige pollen groeiden, en open plekken vol zon achterlieten. En de zachte aarde was prachtig, afgezet door ik weet welke verre overstromingen tussen de glooiingen van de berg, zo vruchtbaar voor gewassen.

Maar de stormen van een maand geleden waren voldoende om de grillige waterlopen van de rivier te laten samenvloeien, en op wanordelijke wijze in een andere richting te laten overstromen. Daarbij werden de wanordelijke planten weggevaagd, en de wanordelijke stukken aarde stroomafwaarts meegesleurd.

Als de wateren op orde waren gehouden, als de planten in ordelijke bossen waren geordend, als de aarde op ordelijke wijze was ondersteund met geschikte stutplaatsen, dan zouden de drie goede elementen hout, water en aarde niet tot de ondergang en dood van dat kleine dorp zijn geworden.


Jij bent intelligent, moedig, opgeleid, paraat, bekwaam.

Je hebt zoveel, zoveel dingen.

Maar ze zijn nogal wild in jou en je laat ze zo.

Zie je: je hebt geduld en voortdurende arbeid aan jezelf nodig

om orde te scheppen in je kwaliteiten, wat ook kracht is,

zodat, wanneer er een storm van verleiding komt,

het goede dat in je zit, geen kwaad wordt

voor jou en voor anderen."


"Je hebt gelijk, Meester.

Af en toe waait er een windvlaag over mijn lichaam en raakt alles in de war.

En Jij zegt dat ik zou kunnen..."


"Wil is alles, Judas."'


17 april 1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken