jongeling, na wellust, melaats

CXXVIII

TOESPRAKEN VAN AQUA SPECIOSA

GIJ ZULT DE VROUW VAN EEN ANDER NIET BEGEREN

-DE WELLUSTIGE JONGEMAN-

128.1

M. Valtorta:

'Jezus loopt door een heel kleine menigte,

die hem van alle kanten toeroept.


Sommigen tonen hun wonden,

anderen sommen hun ongelukken op,

weer anderen beperken zich tot: "Wees mij genadig!"

en nog iemand anders tilt haar eigen zoontje omhoog opdat het gezegend zou worden.


De rustige en windstille dag heeft veel mensen aangetrokken.


-


Als Jezus bijna op Zijn plaats is,

komt van het weggetje dat naar de rivier leidt

een erbarmelijke klaagzang: "Zoon van David, ontferm U over Uw ellendeling!"


Jezus wendt zich in die richting, en de mensen en discipelen met Hem.

Maar een dichte bos struiken verbergt de jongeman die smeekt.


"Wie ben jij? Kom naar voren!"


"Dat kan ik niet. Ik ben besmet.

Ik moet naar de priester om uit de wereld te worden gestoten.

Ik heb gezondigd en de melaatsheid is op mijn lichaam gekomen.

Mijn hoop bent U!"


"Een melaatse! Een melaatse!

In de ban! Laten we hem stenigen!"

Er is veel lawaai in de menigte.


Jezus maakt een gebaar dat stilte en onbeweeglijkheid oplegt.

"Hij is niet meer besmet dan iemand die in zonde leeft.

In de ogen van God is de onberouwvolle zondaar

nóg onreiner dan de berouwvolle melaatse.

Wie kan geloven, kome met Mij mee."


Nieuwsgierige mensen, en ook de discipelen, volgen Jezus.

De anderen strekken hun nek, maar blijven waar ze zijn.


-beginnende lepra-

Jezus loopt voorbij het huis en het weggetje

naar de groep buxusbomen.

Maar dan stopt hij en beveelt:

"Laat je zien!"


Hij komt naar voren,

iets ouder dan een jonge man, nog steeds mooi in het gezicht,

dat nauwelijks bedekt is door een snor en een lichte baard,

een gezicht nog fris en vol, met ogen rood van het huilen.


Een luide kreet begroet hem,

komende van een groep vrouwen die allemaal bedekt zijn,

die al aan het huilen waren op de binnenplaats van het huis, toen Jezus voorbijkwam,

en die nog luider begonnen te schreeuwen, vanwege de dreigementen van de menigte:

"Mijn zoon!" en de vrouw zakt in elkaar in de armen van een andere,

ik weet niet of die familie is, of een vriendin.


Alleen Jezus gaat nu op de ongelukkige af:

"Je bent erg jong. Hoezo melaats?"


De jongeman slaat zijn ogen neer en wordt vuurrood,

hij stamelt, maar durft niet verder.


Jezus herhaalt de vraag.

Dat spreekt iets duidelijker,

maar alleen deze woorden worden begrepen:

"...vader... ik ging... en wij zondigden... niet alleen ik..."


"Daar is je moeder, die hoopt en huilt.

In de hemel is God die het weet. Hier ben Ik die het weet.

Maar om genade te hebben, heb Ik jouw vernedering nodig.

Spreek!"


"Spreek, zoon!

Heb medelijden met de schoot die je heeft voortgebracht!"

kreunt de moeder, die zich tot bij Jezus heeft gesleept, en nu neerknielt,

terwijl ze onbewust een hoek van Jezus' kleed in één hand vasthoudt,

terwijl ze de andere hand naar haar zoon uitstrekt,

haar arme gezicht overstroomd met tranen.


Jezus legt Zijn hand op haar hoofd.

"Spreek!" zegt Hij opnieuw.


-symptomen HIV-

"Ik ben de eerstgeborene, en ik help mijn vader in het zakenleven.

Hij stuurde mij meerdere malen naar Jericho om met zijn cliënten te praten

en... en één... één van hen had een prachtige jonge vrouw...

Ik... ik vond haar leuk. Ik ging zelfs vaker dan ik moest...

Zij vond mij ook leuk... We verlangden naar elkaar en...

we zondigden in de afwezigheid van haar man...


Ik weet niet hoe het kwam, want zij was gezond.

Ja. Ik was niet alleen gezond en wilde het...

Maar zij was ook gezond en wilde mij.

Ik weet niet of...of ze behalve mij

ook nog anderen wilde hebben

en besmet raakte…


Ik weet alleen dat ze smel wegkwijnde,

en nu ligt ze al in de graven, om levend te sterven...

En ik... en ik... Mam! Je hebt het gezien.

Het is iets kleins, maar ze zeggen dat het lepra is...

en dat ik eraan zal sterven.

Wanneer?...

Geen leven meer... geen thuis... geen moeder!...

Oh! mama! Ik zie je en ik kan je niet kussen!...

Vandaag komen ze om mijn kleren te scheuren,

en me uit het huis te jagen... uit het dorp... Ik ben erger dan dood.

En ik zal niet eens mijn moeders tranen hebben op mijn dode lichaam..."


De jongeman huilt.

Zijn moeder lijkt op een boom die door de wind wordt geschud,

zo erg is ze door haar snikken schudden door elkaar geschud.


De mensen reageren met gemengde gevoelens.'


12 maart 1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken