heb meelij: Romeinse goden leven geen deugden, maar passies voor
129.4
Maria Valtorta:
'En Jezus gaat naar Zijn plaats,
met vooraan in de bijeenkomst de Romeinen.
"Sta me toe dat Ik een passage uit Koningen [2 Kon.5:1-19] citeer.
Daarin wordt verteld dat, toen de koning van Syrië op het punt stond oorlog te voeren tegen Israël, hij aan zijn hof een vooraanstaand en geëerd man had, genaamd Naäman, die melaats was. En een jong meisje uit Israël, dat door de Syriërs gevangen was genomen en zijn slavin was geworden, zei tegen hem: 'Als mijn heer bij de profeet in Samaria was geweest, zou die hem zeker van zijn melaatsheid hebben genezen.' Toen vroeg Naäman toestemming aan de koning, en volgde het advies van het meisje op.
Maar de koning van Israël raakte zeer in verwarring, en zei: 'Ben ik God, dat de koning van Syrië zieken naar mij toe stuurt? Dat is een valstrik om oorlog te voeren.' Maar toen de profeet Elisa hiervan hoorde, zei hij: 'Laat de melaatse tot mij komen, dan zal ik hem genezen, en hij zal weten dat er een profeet in Israël is.' Vervolgens ging Naäman naar Elisa. Maar Elisa ontving hem niet. Hij liet hem alleen het volgende bericht sturen: 'Was u zeven keer in de Jordaan en ge zult rein zijn.' Naäman was hier woedend over. Hij dacht dat hij helemaal voor niets gekomen was, en stond op het punt om boos te vertrekken.
Maar de dienaren zeiden tegen hem: 'Hij heeft u alleen gevraagd u zeven keer te wassen. Als hij u had gezegd om veel meer te doen, had u het wel gedaan, want hij is een profeet'... Toen gaf Naäman het op. Hij ging erheen, waste zich en kwam gezond terug. Jubelend keerde hij terug naar de dienaar van God, en zei tegen hem: 'Nu weet ik de waarheid: er is geen andere God op de hele aarde. Maar er is alleen de God van Israël.' En omdat Elisa geen geschenken wilde, vroeg hij hem om in ieder geval genoeg land in bezit te krijgen, zodat hij op het land van Israël aan de ware God kon offeren...
Ik weet, dat niet iedereen het eens is met wat Ik heb gedaan.
Ik weet ook, dat Ik mij tegenover jullie niet hoef te verantwoorden.
Maar omdat Ik van jullie houd met een oprechte liefde, wil Ik dat jullie mijn gebaar begrijpen
en ervan leren, en dat alle kritiek en schandalen uit jullie ziel verdwijnen.
Hier hebben we twee onderdanen van een heidense staat.
Eén van hen was ziek en via een familielid, maar zeker ook via de mond van Israël, werd hem verteld: 'Als je naar de Messias van Israël zou gaan, zou Hij de zieke genezen.'
En zij kwamen van ver naar Mij toe. Hun vertrouwen was zelfs groter dan dat van Naäman. Omdat zij niets wisten van Israël en van de Messias. Terwijl de Syriër, vanwege zijn nabijheid tot het land en zijn voortdurende contact met de slaven van Israël, al wist dat in Israël God is. De ware God.
Is het niet goed dat nu een heiden naar zijn vaderland kan terugkeren, en kan zeggen: 'Waarlijk, in Israël is een man Gods, en in Israël aanbidt men de ware God'...?
Ik heb niet gezegd: 'Ga u zeven keer wassen'...
Maar Ik sprak over God en over de ziel, twee dingen die hun onbekend zijn
en die, als de mondingen van een onuitputtelijke bron, de Zeven Gaven met zich meebrengen. Want waar een begrip van God en van de geest is, en een verlangen om die te bereiken, groeien de planten van Geloof, Hoop, Naastenliefde, Rechtvaardigheid, Matigheid, Standvastigheid en Voorzichtigheid.
Deugden die onbekend zijn bij hen, die van hun goden alleen de gewone menselijke passies kunnen kopiëren, die in bandeloosheid toenemen omdat ze worden beoefend door zogenaamd verheven personen.
Nu keren ze terug naar hun vaderland. Maar meer nog dan de vreugde te zijn verhoord, is hun vreugde om te kunnen zeggen: 'Wij weten dat we geen beesten zijn, dat er na het leven nog een toekomst is. Wij weten dat de ware God Goed-heid is, en daarom houdt Hij ook van ons, en doet Hij het goede, om ons ervan te overtuigen naar Hem toe te gaan.'"'
Reacties
Een reactie posten